2002

Een korte terugblik op de Railhobbyreizen

Würzburg - Freiburg & ZwitserlandOrléans & Loire - Sachsen - Damf-Im-Pott -


Reisverslag Hemelvaartreis naar Würzburg

door Ger Haaswinders en Leo van der Werf (reisleiding)

woensdag 8 t/m zondag 12 mei 2002

Voor het station te Velp werd het reisgezelschap door de laatste opstappers gebracht op 38 deelnemers. Niet goed werkende spoorbomen bij de overwegen van dit station zorgden voor enige vertraging in het tijdstip van de geplande koffiestop nabij Zevenaar, maar dit ging niet ten koste van de reeds goede stemming in de bus.

Via Wuppertal, waar men een rit met de Schwebebahn kon maken en waar tevens de lunch kon worden genuttigd, zochten wij vol goede moed de A3 richting Keulen en Frankfurt op om naar onze eindbestemming Würzburg te gaan. Dat deze rit drie uur langer zou duren dan gepland, lag niet aan onze chauffeur, maar aan een aantal ongekend grote files op onze route. Het hotel was onderweg geregeld op de hoogte gebracht van onze situatie en door bij aankomst direct aan tafel te gaan, kon het diner vlot en volledig worden uitgeserveerd, tot tevredenheid van allen. Daarna konden de deelnemers hun kamer opzoeken.

Donderdagochtend ging het richting Ebermannstadt voor een bezoek aan de Dampfbahn Fränkische Schweiz met een prachtige rit door het dal van de Wiesent. Na aankomst in Beringersmühle reden wij met de bus door het eveneens prachtige Ailsbachtal naar Bayreuth, waar tijdens het korte bezoek aan de binnenstad ook gelegenheid was voor de lunchpauze. Hierna gingen wij via een omweg naar Marktschorgast om vandaar langs het zeer fameuze spoortrajectgedeelte Der Schiefene Ebene richting Neuenmarkt te rijden om een bezoek te brengen aan het Deutsches Dampflokomotiv Museum met zijn ruime sortering aan bedrijfsklare stoomlocomotieven. Een zonnige dag, het mooie landschap en de vele opgedane indrukken van die dag zorgden voor een zeer rustig reisgezelschap op de terugweg naar ons hotel.

Vrijdagochtend hadden wij een zeer geslaagde rondrit met de Schoppenexpress, de museumtram van het Würzber-ger Strassenbahn Betrieb. Bij het verlaten van het enkelsporig gedeelte van de inmiddels voormalige route van lijn 3 nabij het Ostbahnhof werd door een niet goed liggende wissel deze rondrit per tram voortijdig beëindigd met een ontsporing van de motorwagen, die dan ook tevens de enige gewonde in het illustere gezelschap bleek te zijn. Binnen enkele minuten werd de rondrit per stadsbus voortgezet en als pleister op de wonde werd ook de Steilstrecke afgelegd en een bezoek gebracht aan het depot Sanderau.

Na afloop van deze rondrit ging de bus terug naar het hotel en voor de rest van de dag was iedereen vrij om verder zijn eigen (toeristische) dag in te vullen.

Op zaterdag gingen wij via Wertheim en door het mooie dal van het riviertje de Tauber over de welbekende en mooie Romantische Strasse naar het nog steeds voor het grootste deel historische stadje Rothenburg ob der Tauber. Hier kon iedereen op zijn gemak een paar uur  rondkijken en tevens de lunch nuttigen. Voor sommigen te vroeg verlieten wij dit stadje en gingen via Neustadt en een alternatieve tocht door het prachtige landschap van het natuurpark Steigerwald  weer terug naar ons hotel.

Zondag zegden wij ons hotel vaarwel en togen over de Autobahn naar Frankfurt om daar in de stromende regen aan te komen bij onze gastheren van het Frankfurter Feldbahn Museum. Zeer ludiek was het gezamenlijk nuttigen in de werkplaats van een kopje koffie en zelfgemaakte cake. Het bezoek werd afgesloten met een rit per dieselloc met een gesloten en gedeeltelijk open rijtuig over het traject van de museumlijn, dat in een park lag, dat vroeger de aanlegplaats was van de beroemde Zeppelins. Na afloop van dit zeer interessante smalspoormuseum keerden wij via de autoroute door het Westerwald weer huiswaarts.

Met genoegen kan worden teruggezien op een geslaagde reis met dank aan onze chauffeur Michel Koevoets.

boven


Reisverslag 9 dagen Freiburg & Zwitserland

(za.29/06 t/m zo. 07/07/02)

De eerste reisdag verliep zeer voorspoedig en om ca. 18.30 uur arriveerde de groep bij het InterCityHotel in zonnig Freiburg, waar de inwoners zich reeds aan het voorbereiden waren op de finale van het wereldkampioenschap voetbal. De interesse van de meeste deelnemers ging echter uit naar het station en de tramlijnen van de VAG. Het was schitterend weer (en dat bleef de gehele reis zo!) en na wat tramritten zochten velen een terrasje op. Ook de zondagochtend werd besteed om met het vrijvervoersbewijs te “ trammen “, terwijl de heren Voerman en Lipman hun vrije ochtend invulden met een bezoek aan de Schau-ins-Land, de huisberg van Freiburg.

s' Middags reden wij o.l.v. Willem Reedijk langs o.a. Titisee richting Zwitserse grens voor een schitterende stoomrit met de Wutachtalbahn (Varkensstaartlijn) tussen Weizen en Zollhaus-Blumberg, waar tevens het museum bezocht kon worden.  Via een mooie route door o.a.  het Höllental keerden wij naar Freiburg terug. Duitsland had met 2-0 verloren, maar het was toch feest in het centrum van Freiburg, waar gezellige muziek te horen was en het bier rijkelijk vloeide. Op maandagmorgen brachten wij een bezoek aan het hoofdkantoor van de Freiburger Verkehrs AG en maakten vervolgens met een historische tram een rondrit over een grot deel van het tramnet. s' Middags vertrokken de meeste deelnemers voor een mooie rondrit door het Zwarte Woud. Dit was meteen de echte vuurdoop voor chauffeuse Gerda Tromp, want reisleider Wouter Koopman liet haar knap klimmen en dalen en schuwde daarbij de smalle wegen niet. Gerda toonde zich een echte “ Tromp “ en slaagde met vlag en wimpel. Vanaf dat moment heette ze dan ook Gerda “ Slinger ”.  Dinsdagochtend vertrok de groep naar Basel voor o.a. een bezoek aan de Basler Verkehrsbetriebe. Tijdens de rit per gecharterde tram werden de mooiste trajecten van het tramnet bereden. In de loop van de middag werd Hotel Flora in Luzern bereikt. Dit hotel lag zeer centraal t.o.v. het centrum, Bahnhof en het schitterende Vierwoudstedenmeer. Tijdens het verblijf in Luzern werd op woensdagochtend een bezoek gebracht aan het Trammuseum te Zürich en reed de groep s' middags per tandradbaan de Rigi  op. Voor de terugreis naar Luzern werd door de meeste deelnemers gekozen voor het stoom/radarschip. Donderdagmorgen brachten wij eerst een bezoek aan de werkplaats van het dalstation van de Pilatusbaan, waarna de steilste tandradbaan ter wereld ons naar de top van de berg bracht. Na een kopje koffie op de top keerden een aantal terug met de Seilbahn naar Kriens om vervolgens met bus 1 naar het station van Luzern terug te keren. De middag was vrij en dat betekende dat een aantal het Verkehrshaus bezochten, terwijl anderen kozen voor een middagje shoppen of “treinen” naar Engelberg. Vrijdag was het dan zover! De Dampfbahn Furka-Bergstrecke bracht ons met diverse stops door een schitterend berglandschap van Realp naar Gletsch, waar in een heerlijk zonnetje de lunch werd gebruikt.  Ook de retourreis was een belevenis, waarbij de Rhônegletscher en de besneeuwde bergtoppen voor een onvergetelijke aanblik zorgde. Na terugkeer in Realp werd besloten om via een mooie toeristische route naar Luzern terug te keren. Hierbij volgden wij de oevers van het Vierwoudstedenmeer met o.a. Gersau, Vitznau en Weggis. Zaterdag tijdig vertrek naar Schaffhausen voor een kijkje bij de “ Rheinfall “ en vervolgens direct naar Stuttgart, waar de laatste nacht werd geslapen in het uitstekende InterCityHotel.  Door de tijdige aankomst werd een ieder in de gelegenheid gesteld om nog wat uurtjes te reizen met de S- en U-Bahnen of om te genieten van de festiviteiten die in het centrum van deze prachtig gelegen stad werden gehouden. De laatste reisdag verliep zeer voorspoedig en we reden dan ook om ca. 17.00 uur de grens bij Emmerich over. Een schitterende reis liep ten einde.  Wat blijft: de herinneringen!

boven


Reisverslag 6 dagen Orléans & Loire (di. 20/08 t/m zo. 25/08/02)

De eerste reisdag begon al goed! Een enorme wolkbreuk boven gitzwart Den Haag bezorgde ons bij aankomst in Rotterdam een vertraging van bijna een half uur.  Bij Deventer reden de treinen niet en dat betekende een extra oponthoud in Breda, waar enkele passagiers met een uur vertraging arriveerden. Slechte voortekenen……, maar het pakte gelukkig totaal anders uit. Met vijf minuten vertraging stond het gezelschap (39 personen) om 19.05 uur voor het Ibis hotel te Orléans. Het weer was uitstekend en dat zou de volgende reisdagen ook zo blijven. Woensdagochtend was gereserveerd voor een bezoek aan SEMTAO, het plaatselijk vervoersbedrijf. Een uitgebreide staf van het bedrijf plus mensen van Les amis du tramway d’Orléans zorgde voor de ontvangst, gevolgd door een kijkje in de controlekamer en een rit per diensttram naar Hôpital de la Source, ca. 15 km. ten zuiden van het centrum van de stad. Hier bevindt zich ook het depot dat met speciale toestemming werd bezocht. s' Middags stond een toeristische rit op het programma met o.a. een bezoek aan “ Pont Canal “ (scheepvaartbrug over de Loire)  nabij Briare. Een groot deel van de groep wandelde via het voetpad langs dit kanaal naar de zuidzijde van de Loire, waarna naar het hotel werd teruggekeerd.  Op donderdag reden wij eerst naar Pithiviers voor een bezoek aan het speciaal voor ons opengestelde transportmuseum met aansluitend een rit over de museumlijn. Grote hilariteit vanwege het feit dat de pet van Jan Blijerveld een vrije vlucht begon. Op de terugreis werd het hoofddeksel door technisch reisleider Ad Venderbos keurig opgevist en aan de rechtmatige eigenaar overhandigd. De vrije middag werd door velen doorgebracht op één van de vele terrasjes nabij het standbeeld van Jeanne d’Arc, de vrouw die nabij Orléans geschiedenis schreef.

Op vrijdagochtend werd eerst een bezoek gebracht aan Chartres met zijn schitterende kathedraal. Chauffeuse Gerda en toeristisch reisleider Wouter Koopman probeerden hier (tevergeefs) een vervangend voorwiel te vinden voor het voertuig van de heer Schauten, die zich gedurende de reis op gezette tijden heerlijk liet voortduwen door zijn twee dochters. Vervolgens reed Gerda het gezelschap naar Beillé, waar met twee “autorails” een retourrit werd gemaakt over het traject van de “Chemin de fer touristique de la Sarthe “ naar Bonnetable. Volgens kenners had men ook voor het bochtenwerk rechte stukken rails gebruikt, maar gelukkig keerden beide voertuigen weer heelhuids terug in Beillé.

De zaterdag stond voornamelijk in het teken van de rivier de Loire met zijn prachtige kastelen, waarvan het grootste kasteel, Chambord, met een bezoek werd vereerd.  Daarna via Blois naar Tours voor de (korte) lunchstop om vervolgens net op tijd in Richelieu te arriveren. Hier stond de locomotief van de TVT (Trains à Vapeur de Touraine) reeds onder stoom om het gezelschap naar Champigny v.v. te vervoeren. Tot grote hilariteit van Ad Venderbos werd de trein achtervolgd door een brandweervoertuig dat zich eveneens op het spoor voortbewoog. In het station van Champigny werd door velen een glas rode Chinon gedronken en hapte men in een toastje met geitenkaas.

Via een fraai wijnbouwgebied richting Azay-le-Rideau, waar Wouter het gezelschap nog een blik op het historische kasteel wilde gunnen. Iedereen heeft het gezien behalve hijzelf!

Op de laatste reisdag stond een bezoek aan tramlijn twee te Parijs (Issy-Val de Seine – La Défense) op het programma. De passagiers, die deze rit niet hoog op het programma hadden staan, bleven in de touringcar.

Na een korte beraad tussen Gerda en Wouter werd besloten om de zondagochtend dan maar te besteden aan een rondrit door Parijs, waarna om 13.00 uur het gezelschap weer compleet was om de terugreis te aanvaarden.  Na de dinerstop nabij het Belgische Thieu arriveerden wij keurig op tijd terug in Nederland.

boven


Reisverslag Sachsen – Polen 2002

Op vrijdag 20 september gingen enthousiast 22 mensen voor twaalf dagen op pad met een reisprogramma, waarvan niet zeker was, of het volledige reeds aangepaste programma zou worden volbracht. Immers, het door ons te bezoeken gebied rondom Dresden had veel te lijden gehad van de overstromingen door het water van de de Elbe, de Weisseritz en de Muldau. Als gevolg hiervan ging de geplande stoomtreinrit met de “Weisseritz Schmalspurbahn” tussen Freital-Hainsdorf en Kipsdorf niet door, daar deze als gevolg van de waterschade voor 70 % was vernield.

Maar op deze eerste dag was ons reisdoel Gera, dat wij na een voorspoedige reis via de autobanen op de geplande tijd bereikten en waar wij de komende twee nachten zouden verblijven in het uitstekende Dorint Hotel i.p.v. het Stadt Hotel, dat enkele dagen daarvoor zijn poorten had gesloten.

De volgende dag vertrokken wij vroeg richting Plauen, om aldaar nader kennis te maken met het trambedrijf. Vlak voor Plauen ontmoetten wij een stoomlocomotief van de serie BR 50, die een trein met enthousiastelingen trok. Daar wij eerder dan gepland in Plauen aankwamen, gingen wij uiteraard eerst langs het station om nader kennis te maken met deze onverwachte ontmoeting. Aldus werden de eerste foto’s geschoten!

Bij het trambedrijf werden wij enthousiast ontvangen en na een korte uitleg en bezichtiging van het depot maakten wij een rondrit met een museumwagen door de stad. Een klein bedrijf qua netlengte, maar met een zeer inventieve dienst met goed verzorgd materieel van het type KTD4.

Uit de op het station verkregen dienstregeling van de stoomtreinritten op deze dag bleek, dat ook de Göltztalbrücke werd bereden. Besloten werd de lunchpauze en een nadere verkenning van Plauen in te korten, zodat wij tijdig het passeren van deze trein op het viaduct konden meemaken. En op tijd waren wij. Zo niet de trein, want deze bleek inmiddels een vertraging van enkele uren te hebben opgelopen. Als alternatief zijn er foto’s gemaakt van een passerende ICE dieselversie. Beter iets dan geheel niets. Wel was iedereen onder de indruk van dit hoogste uit baksteen opgetrokken spoorviaduct van Europa. De tramliefhebbers kregen nog de gelegenheid om de tram in Gera nader te verkennen, alvorens gezamenlijk te dineren. Al met al een zeer geslaagde dag met mooi weer en een route door een prachtig landschap.

Op zondag lieten wij Gera achter ons om een bezoek te brengen aan het Eisenbahnmuseum in Schwarzenberg. Ter hoogte van de plaats Schneeberg werden wij dusdanig opgehouden door een optocht van muziekkorpsen ter viering van de jaarlijkse ‘Bergman Festspiele’, dat wij dit museumbezoek helaas moesten laten vervallen.

Het hoogtepunt van deze dag was de rit met de “Fichtelbergbahn”, die ons van Cranzahl door het zeer mooie bergachtige Vogtland bracht naar Oberwiesenthal, waarbij wij voor een deel vlak langs de Tsjechische grens reden. Na de lunch en een meer of minder verregende wandeling, keerden wij met de trein terug naar Cranzahl om verder met onze bus te gaan naar het “Wolkensteiner Zughotel” alwaar een koffiepauze werd gehouden. Vandaar was het niet ver meer naar ons hotel in Freiberg, dat het ondergelopen hotel in Dresden verving. Vlak voor het diner was er een bommelding vanwege een op dat moment gunstige prognose stembusuitslag van de landelijke verkiezingen bij een der in het hotel aanwezige politieke partijen. Iedereen moest het hotel verlaten en wij werden voor een paar uur ondergebracht in een zaal van het vlakbij gelegen stadhuis. Na terugkomst in het hotel genoten wij van een uitstekend diner.

Maandagochtend had men een paar uur vrij om in de stromende regen nader kennis te maken met de fraaie binnenstad. Daarna was het weer de bus in om een bezoek te brengen aan het depot en een tramrit met een der museumwagens te maken van de Kirnitschtalbahn, welke tussen Am Lichtenhaimer Wasserfall en Bad Schandau met uitstekend verzorgd historisch materieel rijdt. De ontvangst was hartelijk en ondanks het inmiddels wat miezerige weer werd er genoten van de tramrit, dat door het prachtig Kirnitschtal slingert en nog geheel het oude DDR tijdperk ademde.

Het bleek, dat de weg van Bad Schandau naar Dresden langs de Elbe via Pirna weer was opengesteld, dus werd na afloop van ons bezoek besloten om via deze route naar ons hotel terug te keren. In Bad Schandau kwamen wij oog in oog met de enorme schade aan gebouwen en kunstwerken als gevolg van de enkele weken daarvoor extreme hoge waterstand van de Elbe. Toch kregen wij te maken met diverse omleidingen vanwege nog niet (geheel) herstelde wegen en vernielde bruggen, alvorens in Dresden aan te komen. De Bundesstrasse naar Freital-Hainsberg was nog geheel afgesloten en dus moesten wij Dresden door om langs het riviertje de Weisseritz, waar naast beschadigde bruggen in de bomen langs de oever ook nog allerlei kledingstukken te zien waren. Via  de autobaan bereikten snel ons hotel in Freiberg.

Dinsdags vertrokken wij zeer vroeg om tijdig in Radebeul Ost onze smalspoor stoomtreinrit met de “Lössnitzgrundbahn” naar Radeburg te halen. Direct na het vertrek gingen wij dwars door een woonwijk van Dresden naar  de halte “Weißes Roß” met de befaamde tramkruizing met lijn 4 om vandaar door een bijzonder fraai landschap veel te snel in Radeburg te arriveren. Met de bus ging het verder naar Meißen, alwaar een koffiestop werd gehouden en waar ook weer de gevolgen van de enorme waterschade door de Elbe in de historisch fraaie benedenstad waren te zien.

In Oschatz zochten wij de smalspoorlijn van de Mügelner Schmalspurnetzes op om langs deze lijn via Mügeln naar Kemmlitz te rijden. Het kalivervoer op rolbokken was enkele maanden ervoor stopgezet en daarmee was het bestaansrecht van dit eens uitgebreide smalspoornet beëindigd. Wel was er nog scholierenvervoer, bestaande uit een dieselloc met één rijtuig. Interessanter was het enorme smalspooremplacement in Mügeln met allerlei soorten rijtuigen en goederenwagons. Helaas stonden de stoomlocomotieven achter slot en grendel in de locloods.

Na al dit moois gingen wij verder op pad voor een bezoek aan de stad Colditz met zijn befaamde kasteel, bekend als de krijgsgevangenis voor geallieerde officieren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geboeid luisterden wij naar onze gids, die op een zeer aangename en enthousiaste wijze vertelde over de leefomstandigheden van de krijgsgevangenen en de vele al of niet gelukte ontsnappingspogingen tijdens die periode

Op weg door een mooie landstreek naar ons hotel via Mittweida werden wij wederom geconfronteerd met wegomleggingen als gevolg van de ontstane waterschade door de rivier Zschopau.

De woensdag stond in het teken van Dresden. ’s Ochtends werd een bezoek gebracht aan depot Trachenberge van het trambedrijf van de DVB, waar eveneens het trammuseum is gevestigd. Naast een uitgebreide rondleiding langs het vele museummaterieel was er ook een expositie over de ontwikkeling van het bedrijf. Toeval of niet, de brandweer was op het depotterrein bezig met oefeningen met een deel van de Cargotram.

Hierna werden de deelnemers nabij het Hauptbahnhof afgezet om verder op eigen gelegenheid kennis te maken met de stad en zijn prachtige cultuur. In de binnenstad waren de gevolgen van de watersnood nog duidelijk merkbaar. Terug in het hotel werd onze extra deelnemer voor het deel van de reis naar Polen verwelkomd.

Donderdagochtend vertrokken wij zeer vroeg richting Katowice in Polen. Na een vlotte grensovergang bij Görlitz kwamen wij na een eerste kennismaking met de soms zeer slechte staat van de Poolse autowegen ruim op tijd aan bij het depot van het trambedrijf MPK in een zonovergoten Wrocklaw. Na een welkomstwoord van onze gastheren en de aangeboden lunch reden wij in een open motorwagen + aanhangrijtuig uit 1901 door de prachtige binnenstad naar het trammuseum om het opgestelde en deels gerestaureerde historische materieel te bekijken. Een van onze deelneemsters bleek van Poolse origine te zijn en trad, waar nodig, op als onze tolk. Na afloop zochten wij weer de bus op voor het laatste traject naar ons hotel in Katowice, waar wij tegen de avond aankwamen. Het diner betekende een eerste kennismaking met de Poolse keuken, waarna de meeste deelnemers vermoeid, maar voldaan zich terugtrokken op hun kamer.

Vrijdag was een grauwe, regenachtige dag voor ons bezoek aan het trambedrijf PKT in Katowice, dat nauw samenwerkt met de overige vier trambedrijven in deze zeer geïndustrialiseerde streek en bij de meeste liefhebbers bekend staat als “Schlesische Kleinbahnen”. Bij de PKT waren wij de gehele dag te gast en maakten wij kennis met een groot deel van het ruim 200 km lange tramnet door dit te berijden met diverse soorten materieel, te beginnen met een tweeassige motorwagen met bijwagen uit de jaren vijftig tot en met de meest moderne opvolger, de door Konstal in licentie gebouwde Citadis.

Vooral de tramknooppunten, waar het een gaan en komen was van diverse lijnen, alsmede de frequentie maakte een diepe indruk. De vele enkelsporige trajecten door zowel bosrijke, landelijke, en (oude en inmiddels verlaten) industriegebieden deden ons soms denken aan de ‘buurttram’ in de Borinage. Verder is duidelijk de aantasting van het milieu waarneembaar, vooral zichtbaar bij de gevels van gebouwen. Maar de gastheren deden hun best het ons naar de zin te maken en dat is ze zonder meer gelukt. Aan het eind van de dag werden wij nabij ons hotel afgezet en konden wij terugkijken op een geslaagde dag.

Zaterdag bezochten wij de fameuze zoutmijn in Wielicka. Onder leiding van een gids wandelden wij twee uur lang door een labyrint van gangen en zalen, de een nog indrukwekkender dan de ander tot een diepte van 165 meter.

Hierna gingen wij naar het voormalige beruchte concentratiekamp Auschwitz-Birkenau, dat thans een museum is en waar de miljoenen mensen, die hier het leven lieten, herdacht worden. Op eigen gelegenheid kon men indrukken opdoen aan de verschrikkingen, die de gevangenen ondergingen in deze twee kampen gedurende de Tweede Wereldoorlog. Dit beeld werd bij velen nog versterkt door het druilige weer, dat wij op deze dag hadden. Zeer onder de indruk namen wij afscheid van dit museum om ons hotel in Katowice op te zoeken.

Op zondag stond een bezoek aan Krakow op het programma. Via Wolbrom en Skala reden wij door een fraaie landschappelijke streek, vooral bekend om zijn markante houtarchitectuur. Krakow is een prachtige stad met zo’n 6000 historische gebouwen en monumenten en een uitgebreid tramnet. Geen wonder, dat een ieder deze middag onder een stralende zon naar hartelust genoot. Ook deze laatste dag in Polen was een sukses.

Op maandag verlieten wij al vroeg ons hotel in Katowice om naar het Dorint hotel in Gera te gaan. Op de heenweg had men tussen Görlitz en Wroclaw langs de weg diverse verkooppunten van tuinkabouters e.d. gezien. Dus werd toegegeven aan de kooplust van sommige deelnemers. Het oponthoud bij de Pools-Duitse grens viel mee en zo togen wij naar Görlitz voor de lunchstop en een korte verkenning van deze kleine stad. De liefhebber kon tevens kennis maken met het kleine, maar goed onderhouden trambedrijf.

Via Dresden, waar van onze extra Polen-deelnemer afscheid werd genomen, bereikten wij op tijd ons hotel.

Dinsdag was de laatste reisdag huiswaarts. Bij Jena verlieten wij tijdig een file op de autobaan om via de stad, waar wij zelfs nog Gotha driewagentramstellen in dienst hebben gezien, gedeeltelijk de landschappelijk mooie route richting Weimar te rijden om zo weer via de autobaan onze weg te vervolgen.

Onderweg werd uiteraard teruggekeken op deze reis. De standplaats Freiberg i.p.v. Dresden betekende voor de deelnemers een aantal keren vroeg opstaan, om toch zoveel mogelijk het oorspronkelijke programma van voor de watersnood uit te kunnen voeren. En met sukses, want wij hebben meer kunnen doen dan het programma aangaf. Alle deelnemers waren dan ook van oordeel, dat dit een zeer geslaagde reis was geweest. De reisleiding bestond uit Ad Venderbos en Ger Haaswinders, terwijl onze chauffeur Michel Koevoets was.

boven

 


Reisverslag Dampf-im-Pott

za 19.10 t/m zo 20.10

De laatste opstappers in Velp bracht onze groep op 31 personen en onder het genot van een kopje koffie of thee in de bus stevenden wij linea recta af naar onze eerste bestemming van dit weekend. Ons doel was het zeer interessante Bergbau Museum in Bochum, tot het eind van de jaren zestig nog een werkende kolenmijn, maar daarna aangewezen als belangrijk industrieel erfgoed en als zodanig omgebouwd tot een mijnbouwmuseum. Op een diepte van zo’n 20 meter kreeg men bij het aanschouwen van de diverse werktuigen een idee, hoe het bij de steenkoolwinning toe ging.  Ook kreeg men een indruk van het eens uitgebreide smalspoornet in de mijn met wissels, draaischijfjes etc., daar in de gangen overals rails lagen. Daarna ging het met de lift naar boven tot een hoogte van 50 meter om op de voormalige schachttoren de stad Bochum en omgeving te bewonderen. Tenslotte kon men een rondgang maken door de zalen, waar een permanente zeer interessante educatieve tentoonstelling te zien is over de geschiedenis en ontwikkeling van de mijnbouw door de eeuwen heen. Er was ook gelegenheid om een lunch te gebruiken en eigenlijk veel te snel vertrokken wij naar Essen-Katernberg om daar op te stappen in de juist aangekomen Schienenbus voor een drie uur durende rondrit over de industriesporen door het Ruhrgebied. Onderweg “Auf einstmals verbotenen Wegen durch den Ruhrpott” passeerden wij raffinaderijen, kolenoverslagplaatsen, elektriciteitscentrales, havens en doorkruisten wij, hoe kan het ook anders, diverse emplacementen met daarop niet alledaagse tractievormen. Al met al een interessante rit, hetwelk werd afgewisseld met fraaie bosrijke gebieden en waarbij menigeen de drie uur durende uitleg door een monotone stem voor lief nam.

Overnacht werd in het Intercity Hotel in Gelsenkirchen, waar wij genoten van een uitstekend goed verzorgd diner.

De volgende dag gingen wij in Gelsenkirchen naar de “Deutschland Express” of wel een der grootste Märklin HO-Modelspoorbanen ter wereld. In een hal van de voormalige mijn “Zeche Nordstern” vindt men een waar modelspoor paradijs. Op 700 m² en een lengte van 131 meter vindt men zo’n 4100 meter spoor, 360 wissels, 200 treinen, 3000 wagons, stations, emplacementen, steden, dorpen, bruggen, viaducten en ook nog eens 12000 figuren. Een waar kijkgenot en zo beleefde iedereen het ook.

Hierna bezochten wij het alom bekende Eisenbahnmuseum Bochum-Dahlhausen, dat dit jaar 25 jaar bestaat en op deze dag een van haar Dampf Tagen hield. Een ieder genoot van al het fraais, zowel van wat onder stoom stond en reed of dat wat op het terrein of in de loodsen stond opgesteld. Een en ander gaf een goed beeld van die ‘goeie ouwe stoomtijd’. Maar ook aan dit bezoek kwam een eind, want wij hadden nog een afspraak met de depotchef van de Bogestra in Bochum om met een GT 6 uit 1968 een rondrit te maken over het metersporige tramnet. De ons toegewezen charmante wagenvoerster trachtte het ultieme uit de afgesproken drie uur te halen, maar na een retourrit naar Gelsenkirchen-Buer moest zij uiteindelijk op weg naar het eindpunt Wanne-Eickel halverwege bakzeil halen en terugkeren naar het depot.

De tijd was op, dit zonnige weekend voorbij. Na onderweg nog genoten te hebben van een ‘laatste avondmaal’, gingen op de diverse uitstapplaatsen de deelnemers huiswaarts, tevreden en voldaan en terugkijkend op een zeer geslaagd weekend en/of het reisseizoen.

De reisleiding bestond uit Leo van der Werf en Ger Haaswinders, terwijl de chauffeuse Gerda Tromp was.

boven