2003

Een korte terugblik op de Railhobbyreizen

Luik, Trier & Saarland - Harz - East Anglia - Bayern, Zillertal & Salzburg - Gent


Reisverslag 3-daagse reis Luik, Trier & Saarland    

terug

zaterdag 19 t/m maandag 21 april 2003

Op zaterdag 19 april vertrok het gezelschap, 30 personen groot, vanuit Utrecht richting Eindhoven voor de koffiestop. Hier zou ook de heer Puister zich bij het gezelschap voegen, maar vanwege gezondheidsredenen moest hij twee dagen voor vertrek tot zijn grote teleurstelling van deelname afzien. Ron Hellendoorn stond op de wachtlijst en was direct bereid zijn koffer te pakken. Een andere afwezige was Willem Reedijk, de aangewezen technisch leider van deze trip. Willem, die alle bezoeken perfect had voorbereid, moest helaas wegens rugklachten afhaken. Nog meer pechvogels: de heer Exalto had zijn knie flink bezeerd en was dermate slecht ter been dat hij een dag voor vertrek de reis moest annuleren. En we waren er nog niet, want in Maastricht moesten wij al afscheid nemen van twee deelnemers, die wegens familie-omstandigheden vroegtijdig huiswaarts moesten keren. En toen waren wij nog maar met 28 personen! In Luik werd de lunchpauze gehouden, waarna wij om 14.00 uur richting Musée des transports en commun du pays de Liège zouden vertrekken. Iedereen op tijd………m.u.v.  één deelnemer en toen waren er nog maar 27!  Liesbeth Kuiper ging, gewapend met de mobiele telefoon op zoek en de touringcar, dit keer bestuurd door Hans Ahles, ging richting museum.  En toen……juist, waren er nog maar 26 personen. Gelukkig kwam de “ vermiste “ snel tevoorschijn en  werd het koppel per taxi alsnog naar het museum gebracht. Het gezelschap bestond weer uit 28 personen en dat zou de rest van de reis gelukkig ook zo blijven. Genoemd museum is bijzonder de moeite waard. Er staan schitterend gerestaureerde trams en bussen die het vervoer verzorgden in en om Luik in de periode 1875 – 1977. Via de Haute Fagnes en  een deel van de “ Schneifel “ bereikten wij via Bitburg onze standplaats Trier, waar twee nachten werd gelogeerd in het aan de Moezel gelegen uitstekende hotel Constantin.

Op de eerste Paasdag vertrokken wij o.l.v. reisleider Wouter Koopman om 09.00 uur voor een sightseeing door het Romeins getinte Trier, waarna vervolgens via de autobaan naar Riegelsberg werd gereden. Vanaf halte Riegelsberg Süd vertrok het gezelschap per Saarbahn via het Hauptbahnhof Saarbrücken naar de Franse grensplaats Sarreguemines om vervolgens met het zelfde tramstel naar  de hoofdstad van het Saarland (Saarbrücken) terug te keren. Een aantal passagiers vertrokken vervolgens per trein terug naar Trier (mooie rit langs de rivier de Saar), terwijl de rest van het gezelschap een bezoek ging brengen aan een museum, waar meer dan 50 vliegtuigen (militair en burger) te bewonderen waren. Een aparte belevenis! Via een mooie route door Rheinland Pfalz werd naar Trier teruggekeerd, waarna alle deelnemers elkaar, na een heerlijke zonnige dag, weer aan de dinertafel troffen.

De laatste reisdag van deze Paastrip brachten wij eerst een bezoek aan het Dampflokmuseum te Hermeskeil. Nou ja, museum was echt wel wat teveel gezegd, want er stond meer schroot dan attractief materieel. Via een touristische route ging het vervolgens naar het stuwmeer nabij Losheim voor de lunchpauze.  Ook vandaag deed de zon haar uiterste best en dat maakte de stoomrit op de route Losheim – Merzig – Losheim – Dellborner Mühle extra geslaagd. De rit voerde ons door een mooi stuk natuur en Willem Reedijk had een wagon meteen achter de locomotief geregeld. Na de treinrit vervolgden wij de reis via het fraaie Saardal richting Trier om vervolgens de autobaan weer op te zoeken. Het laatste traject ging helaas gepaard met het nodige oponthoud (o.a. files door ongevallen), maar om 23.30 uur stonden wij dan toch voor station Utrecht. Al met al een gezellige en geslaagde reis met dank aan het voortreffelijke rij- en stuurwerk van chauffeur Hans Ahles, aan Liesbeth Kuiper die voor de paaseitjes zorgde en Leo van der Werf die de koffievoorziening voor zijn rekening nam.

terug


Reisverslag 5 daagse reis naar de Harz     

terug

woensdag 28 mei t/m zondag 01 juni 2003

Vroeg opstaan en dan naar Alphen aan den Rijn om de laatste spullen op het kantoor van “ J. Voerman Railhobbyreizen “ in ontvangst te nemen en vervolgens om 07.0 uur met de eerste reizigers in de bus te stappen. Gerda Tromp stuurt  de bus met souplesse naar Den Haag waar de volgende opstappers op ons staan te wachten. Vervolgens nog naar Rotterdam en Utrecht om de overige passagiers op te pikken en zo rijden we met 42 passagiers, 2 reisleiders (Pieter en Leo) en 1 chauffeuse naar Magdeburg. Daar komen we, na een tweetal tussenstops, een half uurtje later aan dan gepland, als gevolg van een kleine file en een te laag spoorwegviaduct in de stad. Een goed uur later voegen de laatste reizigers zich bij het gezelschap. Zij hebben de reis per auto afgelegd.

Na een goede nachtrust vertrekken we op Hemelvaartsdag naar Halberstadt voor onze eerste excursie. We worden hartelijk ontvangen door de medewerkers van het trambedrijf . Na een lichte aarzeling van hun zijde, zij zijn niet gewend een gezelschap toe te spreken, ontstaat er een geanimeerde sfeer tijdens de rondleiding door de remise en werkplaatsen. Vervolgens wordt met een historisch tramstel (Gotha motorwagen en bijwagen) het volledige net van Halberstadt verkend, eigenlijk net niet want we missen ongeveer honderd meter verbindingsspoor. Na de lunch via Quedlingburg naar Gernrode voor de eerste stoomrit, en wel die naar Harzgerode. Het uitschrijven van de kaartjes vergt enige tijd en de reizigers in de bus “ zijn niet te houden “ met zoveel stoom in de buurt. In Harzgerode wordt een versnapering genuttigd en rondgewandeld alvorens terug te keren naar het hotel.

Vrijdag wordt een bijzondere dag voor sommigen van ons. Gerda’s echtgenoot is gisteren aangekomen, heeft zich laten inpalmen door de reizigers en sluit zich aan bij de excursies. Deze dag blijven we het dicht bij huis en bezoeken het vervoersbedrijf van de stad. In eerste instantie een bezoek aan de oude werkplaats aan de Herrenkrugstrasse, gevolgd door een rondrit door de stad met de Hecht motorwagen 70 uit 1943 en de bijwagen 325 uit 1899 (omgebouwd in 1929) die eindigde bij het museum van het vervoersbedrijf. Hier staan diverse trams, motor- en bijwagens, zeer fotovriendelijk opgesteld. Kleine versnaperingen konden worden genuttigd in de kantine wat door iedereen werd waargenomen na een aantal uren ‘droogstaan’. De middag was vrij en werd door velen gebruikt om de stad te verkennen, te voet, per tram of met een boot op de Elbe. ‘s Avonds hebben 14 mensen een extra excursie gemaakt naar het Elbauenpark waar in het openluchttheater de opera ‘Aïda’ werd opgevoerd, een prachtig spektakelstuk. Na afloop, rond half één ’s nachts, zorgde Jo Wolff en Wim Reedijk voor extra spanning door de laatste tram te missen op het eindpunt, maar gelukkig waren ze al keuvelend doorgelopen naar de volgende halte.

Op zaterdag moest iedereen vroeg op voor het hoogtepunt van de reis: de beklimming van de Brocken (1142 meter hoog). Op afstand zag de berg er vandaag zeer vriendelijk uit in het zonnetje maar zodra we hem bereikte veranderde hij van karakter en werden we getrakteerd op meerdere regenbuien. Dit mocht echter de goede sfeer in de groep niet bederven. Na de terugrit naar Drei Annen Hohne stond een toeristische rondrit per bus op het programma. Ongelukkigerwijze had Judith Bodaan echter een ongewenst souvenir meegenomen van de berg, roetdeeltjes in haar oog. Uit voorzorg hebben we haar, onder begeleiding van Pieter, naar het ziekenhuis gebracht van Wernigerode.

’s Avonds was ze gelukkig weer bij de groep, met de mededeling dat er geen blijvende schade aan haar oog was ontstaan. De groep was ondertussen per bus verder gereden. Een verrassing die de reisleiding op het oog had, door naar een stoomspektakel in Klostermansfeld te rijden kon vanwege het slechte weer en de opgelopen vertraging niet doorgaan. Als onverwacht alternatief konden we echter in Alexisbad getuige zijn van een treffen van enkele historische HSB treinen (motorwagen en goederentrein). Tijdens het verloop van de rit naar het hotel kwamen we ook nog oog in oog te staan met een stoomtrein van het stoomspektakel in Klostermansfeld. Dit alles maakte het einde van de dag weer goed.

Op zondag werd afscheid genomen van de Harz met een bezoek aan het historische stadje Goslar. Op tijd werden alle reizigers, waaronder deze keer wederom een aantal “novisten“, voldaan teruggebracht op hun vertrekpunt.

We kunnen terugzien op een geslaagde reis, die wederom alleen uitvoerbaar is gebleken door de gezamenlijke inspanning van de reizigers en de reisleiding.

Pieter van Vaalen

Leo van der Werf

terug


East Anglia 2003

do 24 juli t/m di 29 juli

 In Rotterdam namen de laatste deelnemers plaats in de bus en met 31 mensen aan boord was het eerste doel van de reis Hoek van Holland om daar aan boord te gaan op de HSS Stena Discovery van de Stena Line richting Harwich in Engeland. Tijdens de overtocht gebruikte een ieder op eigen gelegenheid zijn diner, dat varieerde van een hamburger bij MacDonald tot een uitgebreid warm buffet in het restaurant.

Eenmaal door de douane in Harwich ging het linksrijdend snel naar het Swallow Nelson Hotel in Norwich, waar wij gedurende ons verblijf in East Anglia zouden overnachten.

De volgende ochtend kon men op eigen gelegenheid kennis maken met de stad Norwich. Na vele zonnige weken van droogte besloten de weergoden het deze dag te laten regenen. Voor velen was dit een eerste kennismaking met de stad en met paraplu ging het via een bezoek aan de prachtige kathedraal naar het centrum met zijn overdekte markt, de grootste in Engeland, en liep men door de vele gezellige winkelstraten rondom het kasteel, dat sinds de bouw door de Normandiërs zo’n 900 jaar geleden, de binnenstad domineert. 

’s Middags ging het via een mooie toeristische route naar het tuincentrum in Bressingham, dat op zijn terreinen ook een grote verzameling heeft op het gebied van alles, wat met stoom te maken heeft. Ritten werden gemaakt met de smalspoorlijnen over en door het tuincentrum en in de loodsen werden de daar opgeknapte en tentoongestelde stoommachines en stoomlocomotieven, alsmede enkele fraaie spoorrijtuigen bewonderd. Zeer in de smaak viel ook  het museum met de Dad’s Army Collection, bekend van de TV-serie. Een fraaie collectie, zo opgesteld, dat men  zich waande in het tijdsbeeld van toen. In dit museum kon men tevens prachtig gerestaureerde locomobielen bewonderen.

Na afloop gingen het terug naar het hotel om na het opfrissen verrast te worden op een overheerlijk diner. Na afloop hiervan gingen sommigen nog even naar het tegenover het hotel gelegen Thorpe station om daar zeer toevallig het afscheid van de allerlaatste Royal Mail Train mee te maken.

Op zaterdag bleek, dat een van de deelneemsters door een opgelopen kou lichte koorts had en besloot niet mee te gaan. Ook de volgende dagen zou zij slechts een deel van het programma bijwonen. 

Deze ochtend ging via een landschappelijke route naar Wansford voor een bezoek aan de Nene Valley Railway, dat als enige museumlijn in Engeland spoormaterieel heeft uit zo’n elf Europese landen. Met de stoomtrein werd een retourrit gemaakt naar Peterborough. Hier ging men naar de binnenstad, dat niet ver van het station was verwijderd, om o.a. de kathedraal en de guildhall te bezichtigen. Vóór de terugrit werd nog een bezoek gebracht aan RailWorld, een tentoonstelling over de ontwikkeling van railtransport. Het bezoek hieraan werd door iedereen op prijs gesteld en deed menigeen beseffen, dat onze railhobby niet alleen uit nostalgie bestaat. Plannen tot de bouw van een nationaal studie- en ontwikkelingscentrum op vervoersgebied liggen klaar. Het wachten is echter op voldoende financiële steun door de transportwereld. Eenmaal terug in Wansford reden wij via de hoofdwegen terug naar ons hotel.

Zondagochtend was gereserveerd voor een bezoek aan het East Anglia Transport Museum met de typische Britse dubbeldekker tram of trolleybus, die er hun rondjes rijden. Bij aankomst werden wij uitermate gastvrij ontvangen. Vol trots vertelde men in het kort de geschiedenis en de nog uit te voeren plannen van het museum. Ook liet men voor ons de enige buitenlandse motorwagen, de Amsterdamse 474 met trolley i.p.v. de lyrabeugel, rijden. Een ieder genoot van de ritten en het museum en veel te snel moesten wij afscheid nemen. In Great Yarmouth werd men op de boulevard voor een lunchpauze in de nabijheid van de Pier en bingohallen afgezet. Onze chauffeuse liep echter haar lunch mis, daar de touringcar op de busparkeerplaats een technische controle door de politie moest ondergaan, uiteraard met goed gevolg. Op tijd konden wij weer instappen om via een fraaie route naar Wroxham te rijden om daar op een  spoorbreedte van 15 inch een stoomrit te maken met de Bure Valley Railway naar Aylsham. Iedereen genoot van deze rit door het fraaie heuvelachtige agrarisch gebied. Hierna werd met de bus via binnenwegen de museumspoorlijn gevolgd van de Mid Norfolk Railway, die alleen rijdt met dieselmaterieel, dat men ook bij het passeren van het station in Dereham zag opgesteld, om uiteindelijk terug te keren naar het hotel. Al met al een geslaagde dag met mooi weer.

Maandag stond in het teken van een bezoek aan het buitenverblijf van de Britse koninklijke familie, het Sandringham House met tuinen en museum. Na gebruik van de lunch en het opsnuiven van zo veel Royalty, vertrokken wij naar  Sheringham, alwaar de North Norfolk Railway, ook wel de Poppy Line genaamd, door ons werd bezocht. Op deze lijn met de sfeer van het Victoriaanse tijdperk werd een retourrit gemaakt naar Weybourne, een typisch landelijk kruisingsstation, dat ongeveer één mijl buiten het eigenlijke dorp bevindt. Terwijl men het station of het aldaar aanwezige locdepot verkende, werd één van de dames tijdens het bezichtigen van de wachtkamer abusievelijk door het personeel op- of ingesloten. Terug in Sheringham gingen wij weer naar het hotel voor het diner en een laatste overnachting.

De dinsdag betekende een zeer vroeg ontbijt om daarna zo snel mogelijk te vertrekken naar Harwich om op tijd onze ferry te kunnen halen. Eenmaal terug in Hoek van Holland en op weg naar de eerste uitstapplaats werd teruggekeken op de reis, die iedereen zeer geslaagd vond. Op deze reis was Ger Haaswinders de reisleider, terwijl Gerda Tromp onze chauffeuse was. 

terug


VERSLAG REIS BAYERN, ZILLERTAL & SALZBURG

23 t/m 31 augustus 2003

Op zaterdag 23 augustus vertrokken we met de bus om 7.00 uur uit Alphen. Nadat de groep van in totaal 27 personen op de diverse instapplaatsen was gecompleteerd, dronken we koffie in AC Zevenaar. Daarna hadden we een voorspoedige reis over de autobanen naar Augsburg, waar we om 19.30 uur bij het Intercityhotel arriveerden.

De zondagmorgen werd enerzijds besteed door met de vrijkaart voor tram en bus het openbaar vervoer te verkennen in de stad, terwijl anderzijds velen de toeristische aspecten van de stad bezochten. Halverwege de middag gingen we met de bus naar Rosenheim. Daar hebben we de rest van de week in het Panorama Cityhotel een goede uitvalsbasis gehad voor onze excursies.

Maandag reden we vanaf Rosenheim tussen de bergen via de autobahn door het dal van de Inn naar de remise van de IVB.te Innsbruck. Met motorwagen 61 (Großraum-vierasser van Lohner, licentie Düwag) bereden we een gedeelte van het stadsnet, waarbij o.a een fotostop werd gemaakt in de Maria Theresienstraße. Vervolgens bezochten we het museum van de Tiroler Museumsbahnen, waar veel prachtig gerestaureerd materieel staat. Hierna bereden we met historische motorwagen 2 van de Stubaitalbahn het mooie traject naar Fulpmes. Na de lunch keerden we naar Innsbruck terug, om daar de rest van de middag de stad te bezichtigen.

Op dinsdag zijn we naar de hoogste berg van Duitsland geweest. Na enig oponthoud kwamen we in Garmisch-Partenkirchen. Daar gingen we met de Zugspitzebahn via Grainau (overstap van adhesie- naar tandradspoorlijn) naar de Zugspitze. Het bergstation ligt op 2.600 m, vanwaar een kabelbaan naar de top op bijna 2996 m. gaat. Het was ook deze dag prachtig weer, zodat we van een magnifiek uitzicht konden genieten. Wegens de grote drukte was de wachttijd voor de kabelbaan naar Eibsee (1.000 m. ) bijna een uur. De terugkomst in Garmisch was –met een extra trein- toch een half uur na het geplande tijdstip, zodat we -ditmaal de enige keer tijdens deze reis-met vertraging naar het hotel teruggingen.

De vrije woensdagmorgen is door een groepje besteed om te snuffelen aan het trambedrijf van München. Anderen hebben door Rosenheim gewandeld of gewinkeld.

De Wendelstein stond die middag op het programma. Met het treintje reden we in 30 minuten naar de top van de berg, die 1723 m. hoog is. Ook hier was een prachtig uitzicht naar alle kanten.

De donderdag stond in het teken van de Dampf. We reden weer door het Inndal, nu  naar Jenbach. Daar stond de trein van de Zillertalbahn al gereed met een Kaiserwagon en de Kristallwagon voor ons gereserveerd. De meegenomen recente foto’s van de Sperwer van de RTM, de voormalige VT 1 van deze Lokalbahn, brachten nogal wat enthousiasme bij een aantal medewerkers. De rit van vijf kwartier door het Zillertal naar Mayrhofen was indrukwekkend. Na de korte lunchpauze reden we terug naar Jenbach. Daar kwam na korte tijd wachten de tandradlocomotief van de Achenseebahn voorrijden. De loc duwde het korte treintje naar boven. Het zware geluid van de exhaust deed bij een aantal deelnemers spontaan een ritmisch lied ontstaan. Na een korte eindpuntrust reden we terug naar Jenbach. Als verrassing ging de bus op de terugweg over binnenwegen langs de Achensee via de Achenpas, en vervolgens langs de Tegernsee terug naar Rosenheim.

Vrijdag stond Salzburg op het programma. Een deel van de groep heeft de gehele dag in deze prachtige stad van o.a. Mozart doorgebracht, terwijl een klein groepje s’morgens nog de Lokalbahn heeft bereden naar Bürmoos en Trimmelkam. Ondanks de sombere weersvoorspelling is het vrijwel de gehele dag zonnig geweest. Toen de bus vertrok, barstte de regen echter los.

Zaterdag 30 augustus was het eerste deel van de terugreis naar Nederland. Aan het eind van de morgen kwamen we aan in Nördlingen voor een bezoek aan het Bayerisches  Eisenbahn museum. Veel mooie locomotieven waren er te zien, o.a. de S3/6 nr. 3673, een echte Beyer. Een aantal locs en voertuigen werd gerestaureerd, en voor enkele was het eigenlijk al te laat wegens (ook hier) gebrek aan menskracht…Aan het eind van dit bezoek verraste een zware bui een aantal deelnemers, die dan ook tamelijk nat de bus in kwamen voor het vervolg van de rit naar Mannheim. Rond 16.00 uur kwamen we daar aan bij het Augusta hotel. Velen namen de kans waar, nog even naar de Wasserturm en het station te lopen om trams van de diverse maatschappijen te fotograferen. Het is zelfs enkelen gelukt om met de trams van de OEG bij Heidelberg te komen, en weer tijdig in het hotel terug te zijn.

Zondag 31 augustus was de laatste dag van deze reis. We startten met de eerste tram van de Rhein Haardt Bahn, die om 8.34 uur naar Bad Dürkheim vertrok. Vervolgens reden we direct naar de autobahn, omdat de weg via de deutsche Weinstraße was afgesloten wegens een feest. De terugreis naar Nederland was zeer voorspoedig, zodat we rond 16.00 uur de laatste koffiestop hielden bij Zevenaar.

Resumerend een prachtige reis, waarbij de railhobbytechnische aangelegenheden automatisch samenvielen met de toeristische aspecten. Het weer is steeds met veel zon erg goed geweest, met uitzondering van de buien bij het verlaten van Salzburg en aan het eind van het bezoek in Nördlingen.

De leiding van de reis was in handen van Ad Venderbos en Pieter van Vaalen. Chauffeuse was Gerda Tromp.

terug


REISVERSLAG 3-DAAGSE REIS GENT, BELGISCHE KUST & BRUSSEL

Op vrijdag 17 oktober 2003 vertrok het gezelschap van 38 personen via Oosterhout richting nieuwe Westerscheldetunnel, die sinds maart van dit jaar Beveland met Zeeuws Vlaanderen verbindt.  De touringcar werd bestuurd door Leon Schippers voor wie deze Railhobbyreis zijn vuurdoop betekende. Via Terneuzen werd naar het Belgische Gent gereden, waar een ruime pauze was gepland. Het weer was schitterend en velen waren snel terug te vinden op één van de terrasjes nabij de St. Baafs Kathedraal. Anderen namen de tram of maken een toertje met de trolleybus van “ De Lijn “. Vervolgens naar Maldegem voor een bezoek aan het stoomcentrum. Eerst een retourritje per smalspoor en daarna een rondleiding in de loods, waar fraai materieel stond opgesteld. In Oostende logeerden wij in het prima en centraal gelegen hotel Burlington.

Zaterdagmorgen brachten Leon en reisleider Wouter Koopman het gezelschap naar Knokke, waar werd overgestapt in de gecharterde historische tram van TTO Noordzee. Langs de Belgische kust (ca. 60 kilometer) werd langs de Koninklijke Baan “ getramd “ naar Adinkerke, waar sommige gasten graag een bezoek hadden gebracht aan kabouter Plop in het nabij gelegen Plopsaland. De tram bracht ons terug naar De Panne, waar de mooie rit eindigde en de lunchpauze werd gehouden. ’s Middags werd een bezoek gebracht aan de ambachtelijke brouwerij “ De Dolle Brouwers “ te Esen, waar wij werden ontvangen door mevrouw Herteleer ( 86 jaar!), die op een zeer relaxte en humoristische wijze het brouwproces uitlegde. Tot slot werd er volop geproefd van het “ Oerbier “ en “ Arabier “ en het nodige ingekocht!

Langs de luchthaven en de boulevard van Oostende keerden wij terug naar het hotel. Het diner werd geserveerd in het naast het hotel gelegen restaurant en was evenals de eerste avond prima van kwaliteit.

Op zondag werd eerst een bezoek gebracht aan het station van Baasrode, waar ook een flink assortiment aan boeken, video e.d. voor de liefhebber gereed stond. Er werd volop gekocht en dat betekende extra inkomsten voor de BVS! Inmiddels was de locomotief onder stoom gebracht en werd de trein bevoorraad met koffie, frisdranken en andere lekkernijen. Via Klein Brabant en de Scheldevallei ( met een schijnvertrek en route) arriveerde de groep in Puurs, waar afscheid werd genomen van het enthousiaste treinpersoneel.  Het volgende reisdoel was Brussel. Wouter nam in het centrum een afslag te vroeg, de weg werd smaller……… en ja hoor, de bus stond klem. Kon niet meer voor of achteruit! Aan de ene kant allerlei betonnen paaltjes, aan de andere kant verkeerd geparkeerde auto’s. Hilariteit alom! Door een aantal sterke mannelijke passagiers werd de auto “ even op de stoep gezet “, waarna Leon zijn weg kon vervolgen. 

Inmiddels waren de meeste passagiers reeds richting Grote Markt gelopen. Het weer was nog steeds prima en Brussel blijft een mooie stad met tal van fraaie bezienswaardigheden.  Via Breda naar Utrecht (toch weer een vervelende file en route) en daarna terug naar Alphen aan den Rijn.

Een zeer plezierige reis met een prima chauffeur. Helaas kon onze technisch reisleider Wim Reedijk de reis i.v.m. gezondheidsredenen niet deelnemen, maar alle afspraken klopten als een bus! Willem vanaf deze plaats nog bedankt voor alle moeite.

Wouter Koopman

terug