2005

Een korte terugblik op de Railhobbyreizen

Mannheim & Karlsruhe - Rouen en Normandië - Isle of Man, Lake District & NewcastleWenen, Budapest en Graz - Brandenburg, Potsdam & Berlijn 2005


Verslag 4 daagse Hemelvaartsreis naar Mannheim & Karlsruhe boven

5 t/m 8 mei 2005

door Ger Haaswinders

donderdag 5 mei

Na de koffiestop in Eindhoven, waar ook de laatste van de 35 deelnemers aan deze reis was opgestapt, zocht  onder een stralende zon de reisleiding via Venlo de Autobahn op om langs en door het Eifelgebergte onze weg te zoeken naar onze eindbestemming. Tot aan de lunchstop nabij Bonn kon men volop genieten van het prachtige golvende landschap met zijn bloeiende koolzaadvelden en daarna van het uitgestrekte bosgebied van de Eifel. Na een voorspoedige reis kwamen wij omstreeks half zes aan in ons hotel in het zogenoemde ‘kwadraat’ van de binnenstad van Mannheim. Na het inchecken namen verschillende deelnemers de kans waar om nog voor het diner een eerste kennismaking aan te gaan met tram en trein. Het diner was in het hotel.

vrijdag 6 mei

Deze ochtend hadden wij een afspraak met het trambedrijf van de Oberrheinische Eisenbahn Gesellschaft AG, beter bekend als de OEG, om over hun net een rit te maken met een Halbzug, bestaande uit een kort gekop-pelde motorwagen met stuurstandrijtuig. Dit type tram reed in de normale reizigersdienst tussen 1928 en 1974. Onze excursietram werd in 1990 gerestaureerd en met bar ingericht als ‘Salonwagen’.

De rit ving aan bij het Hauptbahnhof en ging naar Edingen, alwaar een bezoek aan het depot werd gebracht. Naast de moderne tramrijtuigen bleek in deze rijtuighal nog meer historisch materieel aanwezig te zijn. Verder ging het via Heidelberg en Weinheim naar Käfertal, waar een bezoek werd gebracht aan de werkplaats en de verkeersleiding. Voor vertrek werd voor onze tram nog de traditionele groepsfoto gemaakt, die bij het ontwikkelen helaas bleek te zijn mislukt. De tram bracht ons naar het hart van de ‘kwadraat’ in de binnenstad, alwaar wij afscheid namen van het trampersoneel, die mede bijgedragen hadden aan een zeer geslaagde excursie.

Die middag was er een facultatieve tocht naar Schloß Schwetzingen even ten zuiden van Mannheim. Het bezoek met rondleiding aan dit slot uit de 18e eeuw en een wandeling door de fraai aangelegde tuinen was zeer de moeite waard. Jammer was, dat deze dag regelmatig werd verstoord door (soms hevige) regenbuien, maar dat had gelukkig geen invloed op de stemming in de groep.

’s Avonds werd het diner in het hotel genuttigd.

zaterdag 7 mei

Deze zaterdag stond niet alleen in het teken van een aantal fikse regenbuien, maar ook van een uitgebreide verkenning van de fraaie stad Karslruhe met zijn hertogelijk slot en van waaruit 32 wegen als zonnestralen zijn ontworpen.

Maar Karslruhe is ook de stad, waar in de jaren vijftig van de vorige eeuw met de overname van de toenmalige  1000 mm Albtalbahn naar Bad Herrenalb de basis werd gelegd voor wat tegenwoordig met een mooie term ‘light railverbindingen’ heet. Enkele van deze railverbindingen gaan wel heel diep het omliggende land in.

Op weg naar Karlsruhe werd gestopt in Durlach om de ‘rail- of tramfanaten’ onder ons de mogelijkheid te bieden daar reeds op de tram te stappen. De rest van de groep streek voor het Hauptbahnhof in Karlsruhe neer in een tearoom, uiteraard voor de koffie, om van daar uit in groepjes de stad en/of het tramgebeuren te verkennen. Uit de verhalen over de diverse reiservaringen bleek, dat ondanks het slechte weer dit toch zeer goed was gelukt.

Aan het eind van de middag stond de bus weer klaar voor het Hauptbahnhof om na een traktatie op Berliner bollen door Leo v.d. Werf de deelnemers met een voldaan gevoel van de opgedane indrukken terug te brengen naar ons hotel in Mannheim.

zondag 8 mei

Na het ontbijt en uitchecken lieten wij ons hotel en Mannheim achter ons om weer huiswaarts te keren. Maar eerst zouden wij nog een stoomrit maken met de Kuckucksbähnel. Daarvoor gingen wij naar Neustadt a/d Weinstraße, waar naast het DB-Bahnhof het voormalige locdepot nu dienst deed als Eisenbahnmuseum. Dit museum bereed met o.a. de bekende Pruisische stoomloc van het type T3 en met historische rijtuigen via Lambrecht de voormalige 13 km lange Lokalbahn naar Elmstein door het mooie bosrijke nauwe Elmsteiner Tal. Zonder meer een fantastisch mooie rit en dat onder een stralende zon.

In Elmstein namen wij afscheid van al dit moois en stapten wij weer in de bus om via een mooie toeristische route door de Pfalz de Autobahn weer op te zoeken voor onze lunchstop in Raststätte Hunsrück. Bij de grensovergang Venlo ontweken wij een file door via Maasbree naar het wegrestaurant Horst-Sevenum te rijden voor een lichte warme hap. 

Hierna was het bij de diverse uitstapplaatsen afscheid nemen van onze medereizigers, waarbij - ondanks het minder fraaie weer - wederom kon worden teruggezien op een geslaagde Hemelvaartreis.

De reisleiding bestond uit Ger Haaswinders en Pieter van Vaalen, terwijl Hans Ahles onze chauffeur op deze reis was.


Verslag van de 6-daagse reis naar Rouen en Normandië boven

18 t/m 24 juli 2005

door Ad Venderbos

Nadat we op maandag 18 juli op vier plaatsen onze reizigers hadden opgehaald, gingen we via de Liefkens- hoektunnel naar de koffiestop nabij Kruibeke. De volgende stop was in de Franse grensstad Tourcoing. Velen hebben hier een rit met de tram (Mongy) gemaakt naar Lille Flandres en/of de nieuwe VAL-lijn door het centrum van Tourcoing bereden. Na de lunchpauze reden we via de autoroutes A 1, A 29 en A 28 langs Arras en Amiens naar Rouen. Daar verbleven we 6 nachten in het Comfort hotel Rouen St Sever, aan het plein St Sever tegenover de gelijknamige kerk. De keuken van dit hotel was goed.

Dinsdagmorgen werden we bij het hotel opgehaald door Sebastian Holstein van het openbaar vervoerbedrijf van Rouen, TCAR. Sebastian nam ons mee met de tram vanaf de halte St Sever, op enige minuten lopen van het hotel, naar het depot Charles de Gaulle. Sebastian is chef van het depot en de werkplaats en zette kort en duidelijk uiteen, hoe het bedrijf is georganiseerd. Tevens vertelde hij een en ander over de trams die sedert 1993 in gebruik zijn. Ook legde hij uit, hoe het geleide-bussysteem op de TEOR-lijnen T1, T2 en T3 werkt. Dit net is nog in ontwikkeling. Door middel van strepen midden op de rijbaan stuurt de bus automatisch met behulp van een camera voor in de bus langs de haltes. Tenslotte brachten we een bezoek aan de PCC, de verkeersleidingspost  bij Theatre des Arts.  Na de lunch reden we langs de noordelijke Seine-oever richting Le Havre. We passeerden prachtige kerken en genoten van het landschap. Via de 51 meter hoge Pont de Normandie over de Seine bereikten we het vissersdorpje Honfleur. De Noormannen hadden hier al meer dan 1000 jaar geleden hun intrek genomen. Het stadje had een vroeg-middeleeuwse kern en onder meer een kerk die door scheepsbouwers was ontworpen, hetgeen duidelijk was te zien binnen. Op de terugweg naar Rouen stopten we even in Pont Audemer, om enige autorails achter een hek te kunnen zien bij het station. 

Woensdag via Bois naar de koffiestop in Les Andelys. We dronken koffie aan de voet van de ruïnes van het middeleeuwse kasteel Gaillard. Vervolgens naar Giverny voor een bezoek aan de tuin en het huis van de schilder Claude Monet. In zijn huis hangen vele schilderijen van hem. De tuin, gesplitst in een deel bij het huis en het andere (natte) deel aan de overzijde van de weg, was werkelijk de moeite van het bekijken waard. Daarnaast was er in Giverny ook nog o.m. een Amerikaanse kunstmuseum. Na de lunch reden we door naar Pacy. Daar maakten we na een rondleiding over het terrein met uitleg van Anne-Cecille (die goed Engels sprak en Frans ratelde) een rit in een rijtuig met bar getrokken door een dieselloc van e CFT Vallée de l’Éure.  Via Louviers en door de prachtige streek ten zuidoosten van Rouen bereikten we weer het hotel.

Donderdag bezochten we de invasiestranden van Normandië. Na een rit over de A 13 bereikten we via de Pegasus Bridge de kust bij Quistreham. Vandaar volgden we langs de kust de invasiestranden Sword (Br.), Juno (Can.) en Gold (Br.). bij Arromanches hielden we de koffiestop  en zagen we de restanten van de daar aangelegde kustmatige havens. Voor de lunch reden we door naar Bayeux, waar naast de kathedraal Notre Dame tevens het beroemde tapijt van koningin Mathilde met de voorgeschiedenis van-, alsmede de slag bij Hastings in 1066 kon worden bekeken. Er was een wachtrij van ruim 15 minuten, maar het schilderij van 70 m lang en 50 cm hoog was zeer de moeite waard. Hierna weer richting kust, waar we na een deel van Omaha Beach (USA) te hebben gezien, stopten bij de Amerikaanse begraafplaats in Colleville. Na dit indrukwek -kende bezoek gingen we rechtstreeks terug naarRouen.

Vrijdagmorgen bezochten we Amiens met zijn kathedraal en oude binnenstad. Na de lunch naar Le petit train de la Haute Somme in Froissy. Een restant van een lijnennet dat was aangelegd in de Eerste wereldoorlog voor aanvoer van materialen naar het front aan Franse zijde. Hier was een prachtig ingericht museum. De rit voerde ons over het 60-cm spoor via een zig-zag naar de gemeentegrens van Dompierre. Na een rit over routes departementaux en RN’s bereikten we weer het hotel.

Zaterdagmorgen langs de kust via Dieppe naar het noorden. Met de stoomtrein van de Chemin de Fer de la Baie de Somme reden we van St Valéry door de prachtige natuur over een vierrailig traject via Noyelles, vanwaar we, na kopmaken, naar Le Crotoy reden. Na terugkeer in St Valéry gebruikten we de lunch in het oude stadje, waarna we via de autoroute terugkeerden naar het centrum van Rouen. In het centrum van Rouen is veel te zien, zoals De Notre Dame en het Gros Horloge.

Zondag vertrokken we om 8.00 uur uit Rouen. Via Abbeville en Boulogne bereikten we bij St Omer het dorpje Lumbres. Vandaar vertrokken we met een Picasso autorail van de CFT de la Vallée de l’Aa naar Arques. In het regenachtige Arques bekeken we na de lunch ook de niet meer in werking zijnde scheepslift. Vervolgens gingen we via Frans Vlaanderen langs Kortrijk naar Gent. Op de Korenmarkt, waar we uitstapten, bleken de Gentse feesten in volle gang te zijn. Toch lukte het enkele deelnemers om met pendellijn 1 het deeltraject Korenmarkt – Flanders Expo te berijden, waarop de Lijn een frequentie onderhield van 3’. Vanaf St Pieters naar Expo ligt een onlangs in gebruik genomen tracé. Vanwege de feesten was de Korenmarkt afgesloten voor doorgaand tramverkeer richting Rabot, maar daar reed ook een pendellijn 1 richting Evergem. Om 18.15 vertrokken we uit Gent  en keerden via Bergen op Zoom , Rotterdam en Den Haag terug naar thuisbasis Alphen aan den Rijn. De reis stond onder leiding van Ad Venderbos en Leo van der Werf. Chauffeur was Hans Ahles, die ons op rustige wijze over het Franse platteland en de autosnelwegen voerde.

We kunnen terugzien op een geslaagde reis.


Reisverslag Isle of Man, Lake District & Newcastle boven

Woensdag 22 juni t/m zondag 03 juli 2005

door Ger Haaswinders

woensdag 22 juni

Door een file op de westelijke rondweg van Amsterdam was het toch nog even spannend of wij op tijd onze boot in IJmuiden zouden halen. Maar het lukte en ons gezelschap van 21 personen had voor de afvaart onze ferry, de “Duke of Scandinavia”, al verkend. Eenmaal op een zeer kalme zee, varend richting Newcastle, werden de contouren van ons land steeds vager. Een uitgebreid dinerbuffet zorgde ervoor, dat het laatste restje heimwee verdween. Hierna kon men op het dek nog genieten van de fraaie ondergaande zon of in de nachtclub een wervelende live entertainment show bijwonen. Maar uiteindelijk zocht een ieder na deze eerste indrukken toch zijn of haar kooi op.

donderdag 23 juni

Ons doel voor deze dag was om vanuit Newcastle aan de oostkust naar Heysham aan de westkust van Engeland te rijden om daar tijdig de boot te halen voor onze overtocht naar Douglas op het Isle of Man. Maar zover was het nog lang niet.

Na het gezamenlijk nuttigen van het ontbijtbuffet gingen een aantal deelnemers op het dek van de ochtendzon genieten. Maar spoedig richtten aller ogen zich op de havenmond van onze aanleghaven North Shields nabij Newcastle. De ontscheping en douanecontrole verliep sneller dan gedacht en voor wij het wisten reden we al door de Tynetunnel richting Darlington om bij Scotch Corner even de benen te strekken! Vandaar ging het westwaarts door de prachtige natuur van Yorkshire. Ter hoogte van Kiirkby Stephen kruisten wij de Settle-Carlisle spoorlijn, die wij later nog nader zouden gaan verkennen.

Op tijd arriveerden wij in Heysham en namen afscheid van onze bus en chauffeuse om na een rustige overtocht met de ferry van de Isle of Steam Packet Companies aan het aan het eind van de middag voet aan wal te zetten op het Isle of Man.

Het plan was om met de paardentram naar ons hotel te rijden, maar de koetsier of het paard had haast om thuis te komen en wij hadden het nakijken. Geen nood, de koffers kregen een taxirit en wij namen de benenwagen naar het hotel aan de Promenade. Na afloop van het diner in ons hotel togen de meeste deelnemers naar buiten voor een eerste verkenning van het leven op en langs de Promenade van Douglas

vrijdag 24 juni

Vandaag een eerste kennismaking met het Victoriaanse tijdperk. Met de uitgereikte ‘3 Day Travel Ticket’ gingen we per bus – de diensten van de paardentram waren nog niet begonnen – naar ‘Douglas station’ uit 1892 van de Isle of Man Steam Railway. Met een stoomloc uit 1905 en nog oudere rijtuigen maakten wij op een spoorbreedte van 3 foot (915 mm) een stoomrit over de in 1873 geopende lijn naar Port Erin. Door het prachtige golvende landschap en door stations als Ballasalla en Castletown ademt de gehele lijn nog de sfeer van de 19e eeuw. In Port Erin namen wij een kijkje in het kleine spoorwegmuseum, dat een goed beeld geeft van de ontwikkeling van de spoorwegen op het eiland.

De middag kon men op eigen gelegenheid invullen. Sommige deelnemers gingen al vanuit Port Erin per bus rechtstreeks of via een omweg terug naar Douglas. Anderen namen de trein terug om in Douglas kennis te maken met de paardentram, waarschijnlijk de laatste tramlijn van zijn soort in de wereld, uitgezonderd musea en pretparken. Het 2,5 km lange traject van deze 915 mm tramlijn werd geopend in 1876 en verbindt de Pier met Derby Castle en loopt over de Promenade langs de baai van Douglas. Deze voor iedereen geslaagde dag werd ’s avonds afgesloten met het diner in het hotel.

zaterdag 25 juni

De ochtend begon met een tramrit van de Manx Electric Tramway. Deze 915 mm tramweg was bij de opening in 1893 een pionier op het gebied van het gebruik van de elektrische tractie en tevens een voorbeeld van interlokale tramlijnen.

In dat jaar werd gereden van Derby Castle, ook nu nog het beginpunt, tot Groudle. In 1894 bereikte men Laxey, terwijl Ramsey pas vanaf 1899 vanuit Douglas geheel per tram bereikbaar werd.

Het huidige materieel stamt eveneens uit die begintijd. Zo worden de eerste twee motorwagens uit 1893 nog steeds voor bijzondere ritten ingezet. Normaal wordt er gereden met een gesloten motorwagen met een ‘toastrack’, een open bijwagen.

Een tramrit met zo’n combinatie naar Ramsey betekent rijden door een bijna 29 km lang afwisselend landschap met adembenemende uitzichten, vooral vlak langs en hoog boven de kust. Laxey station is en blijft de moeite waard om de afwisseling in de tramdiensten gade te slaan. Mede door het beginpunt van de Snaefell Mountain Railway met zijn historisch materieel draagt dit veel bij tot een schouwspel uit de Victoriaanse tijd.

Deze Snaefell Mountain Railway uit 1895 is de enige elektrische berglijn op de Britse eilanden. Om stijgingen van 1:12 naar de 621 meter hoge top van de berg te kunnen overwinnen is de spoorbreedte 1067 mm met een centrale rail volgens het ‘Fell’systeem. Bijzonder voor Groot-Brittannië is ook, dat op het dubbelspoor traject uitsluitend rechts wordt gereden.

In de jaren zeventig werden de originele tractiemotoren uit 1895 vervangen door die van het opgeheven trambedrijf in Aken. 

Eenmaal op de bergtop kan men bij goed weer Wales, Engeland, Schotland en Ierland zien liggen. En goed en zonnig weer hadden wij deze dag!

Laxey kende vroeger ook een lood- en zilvermijn met de daarbij horende 480 mm Great Laxey Mines Tramway. Een deel van deze tramweg wordt weer aangelegd en zo konden wij kennismaken met een van de typische kleine 0-4-0 stoomlocomotieven, waar de watertender op de rookkastdeur is bevestigd!

Eenmaal terug in het hotel kon men terugkijken op een zeer geslaagde dag.

zondag 26 juni

Voor deze dag vermeldde het programma een toeristische rondrit over het eiland. Met een touringcar met chauffeur reden wij allereerst naar Castletown voor een bezoek aan Castle Rushen, waarvan de bouw rond 1250 begon. Het kasteel bevindt  zich nog in een opmerkelijk goede staat en kent een zeer interessante geschiedenis.

Via Foxdale, waarbij onze chauffeur ons wees op verlaten spoortrajecten, reden wij naar Tynwald Hill in St. Johns, waar na gehouden debatten in een openbare vergadering de jaarlijkse afkondiging van wetten plaatsvindt.

De lunchstop was in Peel, de belangrijkste vissersplaats van het eiland. Deze naam stamt van het Keltische woord ‘Pil’, een kasteel uit de tijd der Vikingen, dat zeer dicht bij de haven ligt.

Langs de route van de voormalige Manx Northern Railway reden wij naar Ramsey om vandaar de route van de Manx Elec-tric Railway te volgen naar Laxey. Deze keer om “Lady Isabella”, het befaamde Laxey Wheel te bekijken en te bewonderen. Dit wiel uit 1854 met een omtrek van zo’n 70 meter is het grootste nog bestaande wiel in Europa. Het diende om het water uit de daar aanwezige lood- en zilvermijnen te pompen.

Tot slot brachten wij nog een bezoek aan de 600 mm Groudle Glen Railway. Dit 1200 meter lange lijntje uit 1896 gaat door een bosrijk nauw dal naar een inham in een klif aan de kust, waar men tot 1962 zeeleeuwen en ijsberen kon bewonderen. In dat jaar sloot men de lijn, maar werd heropend in 1986.

Na afloop van wederom een geslaagde dag verkozen de meeste deelnemers om met de tram terug te gaan naar het hotel.

maandag 27 juni

Al vroeg vertrokken wij met de boot terug naar Heysham om vandaar met de bus onze reis voort te zetten. De lunchstop was in Carnforth, eens een zeer belangrijk spoorwegknooppunt, maar vooral bekend door de stationsrestauratie in de bekende film “Brief Encounter” uit 1945 met Trevor Howard en Celia Johnson in de hoofdrollen.

Verder reden wij naar Settle om daar de trein te nemen naar Appleby. Deze befaamde spoorlijn naar Carlisle gaat door het prachtige landschap van de Yorkshire Dales, over het welbekende Ribblehead viaduct en langs Dent, met 380 meter het hoogst gelegen station van Engeland.

In Appleby hadden de treinreizigers volop tijd te genieten van de couleur locale in het stationshotel, alvorens de bus kwam opdagen voor de rit naar de eindbestemming van deze dag, het hotel in Kendal, gelegen in het Lake District.

dinsdag 28 juni

Vandaag maakten wij een retourrit met de Ravenglass and Eskdale Railway, die vanaf de kust aan de Irish Sea door prachtige valleien naar de voet van de hoogste berg in Engeland, Mount Scafell, loopt. Deze oorspronkelijk 910 mm spoorlijn uit 1875 van ruim 11 km was aangelegd voor het vervoer van ijzererts. In 1876 werden al de eerste toeristen vervoerd, maar ging failliet in 1897. De curator nam het vervoer tot 1913 over, waarna de lijn werd gesloten.

In 1915 nam de bekende modelbouwer Bassett-Lowke de lijn over en bouwde deze om naar een spoorbreedte van 380 mm om hierop door hem gebouwde schaalmodellen te laten rijden en te testen. Hierdoor ontstond de eerste lijn met deze spoorbreedte in de wereld. Naast het vervoer van toeristen reed men tot 1953 voor een steengroeve ook steenslag voor de wegenaanleg en de spoorwegen. In 1960 werd de lijn verkocht aan de huidige museumorganisatie. Thans rijden tussen maart en oktober minstens zeven treinen per dag, maar tijdens de zomervakantie kent men op zeer drukke dagen zelfs zestien treinen per dag. Dit geeft de populariteit van deze lijn goed weer. Jaarlijks worden zo’n 120.000 passagiers vervoerd

Terug in Ravenglass was het tijd voor de lunchpauze en was er gelegenheid tot een bezoek aan het kleine museum.

Hierna begon een toeristische tocht via Keswick door het prachtige landschap van het Lake District naar het drinkwaterbekken Ullswater. Op het hoogste punt van de Kirkstone Pass werd gestopt bij de aldaar gelegen Inn om o.a. de dorst te lessen en te genieten van het ruige bergachtige landschap.

Eenmaal terug in het hotel keek men tijdens het diner met genoegen terug op de belevenissen van deze dag.

woensdag 29 juni

Blackpool is niet alleen bekend om zijn Promenade, zijn drie pieren en de Tower. Voor de tramhobbyist is het de stad, waar in 1884 de eerste elektrische tram in Engeland begon te rijden. Maar het is ook de stad waar men - na de opkomst en ondergang van trambedrijven in vele steden van Engeland - de tram trouw bleef en tussen 1960 en 1990 zelfs de alleenheerschappij in Engeland had. Want toen keerde de tram terug in Manchester, waarna andere steden volgden.

Direct na aankomst op de Promenade werden de eerste foto’s gemaakt van de daar rijdende dubbeldekkers en enkeldekkers. Enkele deelnemers bekeken zelfs bij de remise aan de Rigby Road het daar aanwezige gevarieerde dienstmaterieel. De meeste deelnemers namen tenslotte de tram naar Fleetwood om daar weer in de bus te stappen voor ons volgend reisdoel: het stadje Ulverton. 

In deze plaats vindt men het Laurel & Hardy Museum. Uiteraard werd dit museum over de wereldberoemde filmkomieken uit de tijd van de stomme film bezocht om daarna een ritje te maken met de dichtbij gelegen museumlijn van de Lakeside & Haverthwaite Railway. Deze rijdt tussen Haverthwaite en Lakeside Station aan Lake Windermere een deel van de voormalige Furness Railway. Vandaar vaarden de meeste deelnemers met de stoomboot over het meer naar Bowness.

Hier werd getracht om nog iets van de beroemde vertellingen van de  “World of Beatrix Potter” op te snuiven, alvorens wij ons hotel opzochten om daar alle belevenissen van deze dag te verwerken.

donderdag 30 juni

Wij namen afscheid van ons hotel en gingen richting Carlisle om vandaar de route langs de Hadrian Wall, een herinnering aan wat eens één van de buitengrenzen van het enorme Romeinse Rijk was, te volgen.

Onderweg werd gestopt bij de ruines van een van de voormalige Romeinse forten om daarna door te rijden naar Beamish voor een bezoek aan het Open Air Museum. Dit (levende) museum geeft een beeld van hoe de bevolking van Noordoost Engeland leefde en werkte rond 1820 en rond 1913. Hierin nemen de beginperiode van de (mijn)spoorwegen en de (interlokale) elektrische tram ook een belangrijke plaats in. Voor dit museum was de gehele middag uitgetrokken en die tijd werd dan ook zeer nuttig besteed. Het bezoek aan dit museum was zeker de moeite waard.

Na afloop reden wij naar ons hotel in Newcastle-upon-Tyne, waar na wederom een geslaagde dag het diner werd genuttigd.

vrijdag 1 jul

Deze dag stond in het teken van de historie van de Stockton & Darlington Railway en de in 1825 geopende eerste gebouwde openbare spoorweg voor stoomtractie van Shildon via Darlington naar Stockton.

Na vertrek uit het hotel gingen wij naar Stockton om van daaruit het oorspronkelijke traject van deze nog bestaande spoorlijn te volgen tot Darlington North Road Station. In dit station uit 1841 is nu het Railway Centre & Museum gevestigd.

In een kort tijdsbestek vertelde onze gids op boeiende wijze de zeer interessante geschiedenis van deze spoorlijn en maatschappij. Ook gaf hij op een levendige wijze tekst en uitleg van het tentoongestelde in het museum.

Iets later dan gepland vertrokken wij dan ook naar Shildon voor een bezoek aan Shildon Railway Village. Daar stonden en wandelden wij op de geboortegrond en het oorspronkelijke begin van de spoorlijn naar Stockton. Hier werden met door paarden getrokken mijnwagens de ontgonnen kolen aangevoerd en overgeladen in spoorwegwagons voor verder transport per stoomlocomotief door de Stockton & Darlington Railway. Deze kolenoverslag alsmede nog verscheidene oorspronkelijke gebouwen uit die beginjaren van deze maatschappij zijn daar nog steeds aan te treffen. Maar inmiddels is er ook een zeer modern opgezet museum met oude en moderne tractievoertuigen, rijtuigen en wagons.

Ook kan men nog het woonhuis van Timothy Hackworth, die in die beginjaren een zeer belangrijke rol speelde bij de ontwikkeling van de spoorwegen, bewonderen en bezichtigen. Alleen is het nu ingericht als museum.

Aan het eind van deze dag reden wij met alle opgedane indrukken weer terug naar ons hotel in Newcastle. Na het diner gingen een aantal deelnemers de binnenstad in voor een verdere kennismaking met de uitgaanswereld van deze metropool.

zaterdag 2 jul

Die avond zouden wij per nachtferry terug varen naar Nederland.

Maar bij het ontbijt namen wij al afscheid van twee deelnemers, die enkele dagen langer in Newcastle zouden blijven. Hierna was er volop gelegenheid de stad en zijn omgeving nader te verkennen. Voor dit laatste was en is het geëigende vervoermiddel het Tyne & Wear Metro systeem, waarbij de “Tyneside Loop” wel heel erg in trek bleek te zijn. Maar ook een ritje naar Sunderland werd door velen met de metro gedaan. Vanzelfsprekend werd de binnenstad van Newcastle met zijn grote verscheidenheid aan architectuur niet overgeslagen.

Halverwege de middag vertrokken wij naar de ferryterminal en gingen aan boord van de “Queen of Scandinavia”. Tijdens het dinerbuffet namen wij afscheid van Engeland. Na een eventuele hernieuwde kennismaking met het aanbod aan entertainment aan boord legde een ieder uiteindelijk toch het oor op het hoofdkussen.

zondag 3 juli

Na het ontbijt was er nog  oldoende gelegenheid op het dek te genieten van de frisse lucht, alvorens de haven van IJmuiden binnen te varen. Eenmaal aan land werd al afscheid genomen van de eerste ‘uitstappers’. De overige deelnemers werden met de bus naar de verdere uitstapplaatsen gebracht.

Er kan worden teruggekeken op een zeer geslaagde reis. Naast vele historische facetten rondom het spoor werd op deze reis ook volop aandacht besteed aan toeristische en culturele aspecten. Daarbij doorkruisten wij met de bus zeer prachtige landschappen. Met als extra bonus: vrij goed en overwegend zonnig weer, voor Engeland ongewoon.

De reisleiding bestond uit Wouter Koopman en Ger Haaswinders, terwijl Gerda Tromp onze chauffeuse was.


Reisverslag 13-daagse reis naar Wenen, Budapest en Graz boven

31 augustus t/m 12 september 2005

Reisdag 31 augustus 2004

De eerste dag van de langste reis ooit uitgevoerd door Voerman Railhobbyreizen. Met 22 mensen (inclusief chauffeur en reisleiding) vertrekken we met spoed naar ons overnnachtingshotel in Schlüsselfeld, want er moeten nog inkopen gedaan worden aldaar. Om vijf voor zes staan we in de winkel en hebben alvast één tevreden reiziger in ons midden.

Afscheidsdag van de oude vertrouwde Pöstlingbergbahn 1 september 2005

Vandaag staat in het teken van de verplaatsing naar Wenen. Maar alvorens daar aan te komen zal op gepaste wijze, met een retourrit, afscheid genomen worden van de Pöstlingbergbahn. Als alle plannen doorgaan zal het karakteristieke materieel op deze baan vervangen worden door modern materieel, dat door zal rijden tot in de binnenstad van Linz. Onder een helder zonnetje wordt op de berg genoten van een, al dan niet uitgebreide, lunch. Na aankomst in Wenen worden de kamers betrokken en wordt gelijk met de eerste extra excursie aangevangen. Naar het Rathausplatz voor een internationaal diner in de buitenlucht en kijken en luisteren naar musicals en operette op een groot filmdoek voor het stadhuis.

Rondtoerdag in Wenen 2 september 2005

Een lokale Oostenrijkse/Nederlandse gids, die het straatje waaraan het hotel was gelegen niet kon vinden, begeleid ons op een rondrit door de stad. Bekende plekjes worden bekeken. Een rondwandeling door de tuinen van het Bélvedére staat ook op het programma, alsmede een koffiestop bij het appartementengebouw, zoals dat door Hundertwasser is ontworpen. Nadat op verschillende plekken in de stad mensen waren uitgestapt ging ieder zijns weegs om de stad te verkennen. De chauffeur deed dit letterlijk en fietste ‘vrolijk’ rond door de stad, nadat ze de bus geparkeerd had, zonder dichter bij het hotel te komen. Ieder had zijn eigen belevenissen, met tram, ondergrondse of op het terras van een restaurant in de stad.

Wissel- en spraakverwarringsdag 3 september 2005

Vandaag naar de volgende hoofdstad in ons schema, Bratislava. De hoofdstad van een land zonder Euro’s, dus geld wisselen ook voor de reisleiding die de nodige entree- kaartjes en dagkaartjes voor de tram dienden aan te schaffen. Met groot geld betalen in een winkel gaat wel maar als ze het gewenste product niet hebben lost dit niets op, het gewenste product (dagkaartjes) kon wel uit de automaat gehaald worden maar hielp groot geld niet, briefjes van duizend kronen terwijl we per kaartje 90 kronen aan munten moeten hebben. De grootste munt is 10 kronen dus in totaal hadden we 198 muntjes nodig (22 kaartjes van 90 kronen). Taxichauffeurs en de wisselkantoortjes zijn een uitkomst. Eindelijk kaartjes. Nu op weg naar het stoomfestival met de historische tram die na geduldig wachten eindelijk toch kwam. Op naar het eindpunt want daar zouden (volgens de info) bussen staan voor verder transport. Drie haltes voor het eindpunt verlaat echter iedereen het trammetje, onze groep verbaast achterlatend. Op het eind geen bussen, wel veel trams maar dat was niet onze bedoeling. En ja hoor, de bussen hadden staan wachten (om de hoek) bij die halte waar iedereen uitgestapt was. Terug naar die halte en uiteindelijk met veel vertraging aangekomen op het festival terrein. Al het moois wat daar te zien was, onder een stralende zon, maakte de dag weer goed. Met het historische railbusje terug naar de stad om vervolgens een drankje te nuttigen en de stad onder leiding van een gids te verkennen. Na afloop van deze enerverende dag een goed diner in een lokaal restaurant en bij avondlicht terug naar Wenen. Een lange maar zeer mooie dag. Een stad om zeker nog eens te bezoeken.

Hoogvliegerdag 4 september 2005

In de ochtend met z’n allen in tram 18 naar de Schlachthausgasse om het Weense trammuseum te bezoeken. In de loop van de ochtend ging ieder weer zijns weegs om de stad verder te verkennen. Aan het begin van de avond stond ieder in uitgaanstenue klaar in de lobby van het hotel om het hoogtepunt van Wenen te bezoeken, een diner in het restaurant op de Donauturm bij avondlicht.

Verplaatsingsdag I 5 september 2005

Voor een groot aantal mensen vandaag een nieuwe belevenis: voor het eerst in Hongarije op bezoek. Na een koffiestop in Gyor werd een uitgebreide lunchstop gehouden nabij de kathedraal van Esztergom. Vanaf het plateau voor de kerk hadden we een magnifiek uitzicht over de Donau, het naburige Slowakije en de stad Esztergom zelf. De meesten hebben daar ook voor het eerst kennis gemaakt met de Hongaarse keuken en de marktkooplui die in de groep gewillige kopers vonden. Na een rit langs de zogenaamde Donauknie komen we aan in Budapest waar de veerkracht van de bus op proef gesteld wordt alsmede het geduld van de reizigers. Budapest is een zeer drukke stad met veel verkeer en slecht onderhouden wegen. De reisleiding ervaart aan den lijve die avond het nog oost-Europese bureaucratische handelen van kaartverkoopsters voor het openbaar vervoer. Indien je te weinig kaartjes in je lade hebt moet je die kopen van je collega aan het volgende loket en dit vervolgens met een bijbehorende bon administratief verantwoorden. Maar een weekkaart voor de tram is als goud voor de reizigers en het wachten waard: vrij bewegen door deze tramstad bij uitstek.

Kinderarbeiddag 6 september 2005

Door de reisleiding was een rondrit door de stad uitgewerkt. Eerst met de tram, vervolgens met de tandradtram en als sluitstuk voor de lunch een rit met de kinderspoorweg. Ondanks dat het spoor ‘geregeerd’ wordt door de kinderen gelden ook hier de administratieve- en beleefdheidsregels als bij het grootbedrijf. Formulieren uitschrijven en stempelen om een groep toegang tot de trein te verschaffen, en formeel het personeel van de trein begroeten door het stationspersoneel. Na deze rit door een mooi landschap een korte lunchpauze om vervolgens met de tram naar een imposant knooppunt van trams te rijden, en aansluitend per bus naar de burcht. Vervolgens heeft iedereen de rest van de dag gebruikt om de stad te voet of per tram te verkennen.

Spoordag 7 september 2005

Wederom verplaatsen we ons per tram door de stad en wel naar Station West. De bus kan niet op tegen de snelheid van de tram. Op het station is ons toegezegd dat een historische trein naar het spoorwegmuseum zal rijden. En ja hoor: op spoor 10 staat een pracht van een stoomloc onder stoom met een aantal historische rijtuigen. Maar wij worden naar spoor 3 verwezen waar een overladen railbus staat te wachten op een groen sein. Na interventie van de leraar maken de kinderen in het rijtuig plaats voor een deel van onze reizigers. Na een korte rit komen we aan in het spoorwegmuseum en begint het puzzelen ‘wat willen we doen vandaag’ want voor ieder onderdeel moet apart betaald worden, de toegang, foto’s maken, filmen/video, fietsen op het spoor, etc. Maar de hoeveelheid materieel en de ruime foto-vriendelijke opstelling en het nog steeds aanwezige zonnetje maken dit bezoek de moeite meer dan waard. Sommigen vertrekken per bus of tram uit het museum, andere doen dit in stijl met de railbus om wederom een deel van de stad te bezoeken. Na de vrije middag en het diner in het hotel worden alle reizigers uitgenodigd om in de eigen bus te stappen voor een avondrit naar de Citadel en daar te genieten van het grootse uitzicht op de verlichte stad. Dit was in de reis het enige moment dat we als reisleiding volledige stilte hebben ervaren als de groep bij elkaar was.

Vertragingsdag 8 september 2005

Vandaag moeten we dan toch de bus gebruiken om het museum van de tram en het interlokaal vervoer te bezoeken. De rit duurt twee keer zolang als verwacht. De eerste vertraging. Na het bezoek aan het museum en het maken van de groepsfoto zwermt iedereen uit over het mooie stadje Szentendre om dit te bekijken en de lunch te gebruiken. De reisleiding stapt vervolgens in de valkuil, waarvoor de reizigers veelvuldig gewaarschuwd waren, betalen van je consumpties kan lang duren en zo ontstond de tweede vertraging van een kwartier. Met spoed terug naar de binnenstad om de laatste vrije middag te besteden aan trams, metro’s, winkelen, Romeinse opgravingen of een bootreis over de Donau. Voor de meeste een volle dag, die afgesloten werd met het laatste diner in Hotel Ventura.

Verplaatsingsdag II 9 september 2005

Vandaag moeten we afscheid nemen van Hongarije, maar dat kan niet zonder de grootste toeristische trekpleister, naast Budapest, gezien te hebben: Het Balatonmeer. We schampen de oevers van dit meer op weg naar Veszprem, voor de koffie, en Szombathely, voor de lunch. Waarna binnen korte tijd de grens met Oostenrijk weer wordt overschreden. Via een mooie binnenweg wordt Mariatrost bereikt, waar een korte stop wordt ingelast bij de bedevaartkerk boven op de berg. Na een korte, onverwachte, tour door de binnenstad van Graz bereiken we ons hotel waar we twee nachten zullen verblijven.

Grazduindag 10 september 2005

Als iedereen in het bezit is van een dagkaart voor de tram wordt de halte van lijn 1 opgezocht voor een tramrit naar Mariatrost. Een vliegende brigade controleert de plaatskaarten. Gelukkig had iedereen netjes afgestempeld. Na een bezoek aan het derde trammuseum deze reis, ditmaal die van Graz, wordt de middag doorgebracht in de stad. Sommigen gaan met de fineculair naar boven en verwonderen zich erover dat het gratis is. Boven blijkt waarom: er is een popconcert. Vluchten kan nog net. Sommige gaan terug met de trap, andere met de lift of gewoon met de fineculair. Opnieuw een vrije middag waarin iedereen zijns weegs gaat en de stad op zijn manier verkend. Na het diner zien we de vermoeidheid toeslaan maar we moeten nog twee dagen.

Tramstaddag 11 september 2005

Vandaag staat de tramstad Gmünden op het programma. Maar eerst een magnifieke tocht door de Alpen van zuid naar noord. In deze kleinste tramstad ter wereld wordt de tijd doorgebracht met een kopje koffie en een retourrit van twee keer tien minuten op de tramlijn van deze stad. Vervolgens verlaten we via de autoweg Oostenrijk en rijden naar Augsburg voor de laatste hotelovernachting gedurende deze reis. Aangezien we overnachten in een Intercityhotel betekent dit vrij vervoer, wat door sommigen dan ook nog voor en na het diner in daden wordt omgezet.

Thuiskomdag 12 september 2005

Geen excursies meer. Iedereen is moe en is bezig met het verwerken van de vele indrukken die zijn opgedaan op deze reis. Met een drietal stops onderweg en een aantal verhalen door mw. Wolff wordt de eerste uitstaphalte in Utrecht bereikt en een goed half uur later ook de eindbestemming Alphen aan den Rijn.

Hoewel vermoeid bereikt iedereen die avond voldaan zijn thuisbasis. Sommige uitstappers in Utrecht moeten echter voor lief nemen dat het spoor in Nederland niet altijd is wat het geweest is en hebben naar alternatief vervoer moeten uitwijken.

Chauffeur:

Gerda Tromp

Reisleiding:

Ger Haaswinders

Leo van der Werf


Reisverslag Brandenburg, Potsdam & Berlijn 2005 boven

door Ger Haaswinders

dinsdag 4 oktober

Files op de autoweg zorgden er voor, dat wat later dan gepland in Utrecht de laatste deelnemers aan deze reis in de bus stapten, waarmee het totaal op 20 personen kwam, reisleiding en chauffeur meegerekend. De zon scheen, dus vol goede moed en met veel zin ging het richting Hengelo om daar op de grens met Duitsland een lunchstop te houden. Vandaar uit was het op de Autobahn nagenoeg een rechte weg naar onze eindbestemming Brandenburg om daar na een voorspoedige rit aan te komen bij ons hotel, gelegen aan de historische markt in de binnenstad tegenover het middeleeuwse raadhuis.

Na het gebruikelijke inchecken en het opfrissen zaten wij niet lang daarna in het restaurant van ons hotel aan tafel voor het diner om ons daarna terug te trekken op de hotelkamer om een tekort aan slaap van de vorige nacht in te halen. Slecht enkelen durfden het aan om nog een eerste kennismaking aan te gaan met het uitgaansleven in de binnenstad.

woensdag 5 oktober

De ochtend werd gebruikt om de stad en/of het tramnet nader te verkennen. Al wandelend of trammend doet de stad Brandenburg, dat al in de 6e eeuw door de Slaven werd gesticht, heerlijk kleinsteeds aan en straalt het zelfs nog de sfeer van het vroegere DDR tijdperk uit. Dit ondanks de vele aanpassingen en vernieuwingen sinds de Wende van en aan huizen, winkels en overige bebouwingen en de stedelijke infrastructuur. Tegelijkertijd kon men waarnemen, dat op dat gebied nog heel veel werk verzet moet worden.

’s Middags ging de route van de bus door een prachtig afwisselend landschap naar het fraaie historische stadje Wittenberg. Hier nagelde de monnik Martin Luther in 1517 zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel en gaf zo de aanzet tot de reformatie. Deze kapel werd door de Pruisische troepen in de 18e eeuw verwoest, maar een bezoek aan de huidige slotkapel werd door velen niet overgeslagen. Anderen bezochten o.a. het ‘Haus der Geschichte’, alwaar men een zeer goede indruk kreeg van de inrichting van de woningen, waarin en hoe de bevolking woonde in het tijdperk van de DDR tussen 1949 en 1989.

Na dit korte, maar geslaagde bezoek, reden wij via de Autobahn weer terug naar ons hotel.

donderdag 6 oktober

Na het ontbijt vertrokken wij via de binnenwegen naar Potsdam voor een bezoek aan het trambedrijf. Na ontvangst en bezichtiging van het Betriebshof was er aansluitend een excursierit met de historische Gotha motorwagen 109 over een groot deel van het tramnet in Potsdam. Onze reisleider Ad ontpopte zich zowaar spontaan als een professionele lokale gids en wees ons tijdens de rit op nagenoeg alle belangrijke bezienswaardigheden.

Bij het eindpunt Schloß Charlottenhof stapte een aantal deelnemers uit om het park en het voormalige keizerlijke zomerpaleis Sanssouci met zijn fraaie tuinen nader te verkennen. De overigen stapten uit bij de Platz der Einheit om vandaar de binnenstad met het ‘Holländisches Viertel’ en de Nauener Tor te bezichtigen.

Zoals gewoonlijk was ook nu weer de dag om voor we het wisten. En zo reden wij, terugkijkend op een succesvolle dag via de Autobahn terug naar ons hotel in Brandenburg.

vrijdag 7 oktober

Deze dag stond vooral in het teken van de tram. Al vroeg vertrokken wij van ons hotel om via de Autobahn door een mistig landschap naar Frankfurt (Oder) te rijden om daar onder een inmiddels stralende zon aan te komen. Al voor de Middeleeuwen was deze stad vanwege zijn ligging aan de rivier de Oder een belangrijk knooppunt van handelswegen binnen Europa en daardoor ook een van de Hansesteden.

In 1945 werden na de oorlog de grenzen van Duitsland herzien en zo werd de rivier Oder de natuurlijke grens met Polen. Dit betekende, dat de toenmalige stad werd opgesplitst in twee steden: het huidige Duitse Frankfurt (Oder) en het Poolse Slubice. Sindsdien is het voor het handelsverkeer van Duitsland de belangrijkste grensstad met Polen.

Na aankomst en een kopje koffie begonnen de fervente liefhebbers het trambedrijf te verkennen en maakten ze zelfs o.a. een rit over een lijn met interlokaal karakter naar het 10 km verder gelegen plaatsje Markendorf. Gereden wordt voornamelijk met het type KT4DM, gebouwd door CKD Tatra, maar het trambedrijf bezit ook een achttal AEG lagevloertrams.

De belangstelling van de anderen ging meer uit naar o.a. de Marienkirche met zijn prachtige 12 meter hoge glas in lood raam. Dit raam was, na 40 jaar in St. Petersburg als oorlogsbuit in delen opgeslagen te zijn geweest, vorig jaar door de Russen aan de bewoners van Frankfurt teruggeven. Na restauratie is het sinds mei van dit jaar weer in zijn oude glorie op zijn oorspronkelijke plek in de kerk teruggeplaatst en kan het sindsdien worden bewonderd. De terugkomst van een tweede raam verwacht men binnen niet al te lange tijd.

Ook namen sommigen een kijkje bij de grensovergang met de brug over de Oder met veel grensoverschrijdende, boodschappen doende, voetgangers van Polen naar Duitsland en omgekeerd.

Inmiddels zijn er plannen om de vooroorlogse tramverbinding via deze brug te herstellen. Plannen, die vooral gesteund worden door de inwoners van het Poolse Slubice. De Frankfurters staan niet meer zo positief tegenover deze plannen door een recent aan het licht gekomen te verwachten grote budgetoverschrijding van dit project.

Na het nuttigen van een snelle lunch ging het naar Rüdersdorf, gelegen ten oosten van Berlijn. Van hieruit kon men met de normale diensttram een rit te maken over het 14 km lange traject met meterspoor van de Schöneicher-Rüdersdorfer Straßenbahn. Op deze lijn worden de normale diensten gereden door materieel van het type KT4DM (ex Cottbus) en GT6 (ex Heidelberg) van Alt Rüdersdorf naar S-Bahnhof Friedrichshafen.

Vanaf hier was het met de S-Bahn een kort ritje naar S-Bahnhof Rahnsdorf, alwaar men kon overstappen op de 5,6 km lange Woltersdorfer Straßenbahn met normaalspoor.

Dit was een van de weinige DDR trambedrijven, die na de Tweede Wereldoorlog geen enkele nieuwbouwwagen heeft verkregen. Alleen gebruikte Gotha wagens uit andere Oostduitse steden werden overgenomen en deze worden nog steeds ingezet in de dagelijkse dienst.

Het tramgebeuren zelf valt zonder meer onder de term ‘nostalgie pur sang’.

Zo wordt na aankomst van de tram bij het eindpunt Rahnsdorf de motorwagen van de bijwagen afgekoppeld om daarna via het omloopspoor te rijden naar de andere zijde om dan weer aan de bijwagen te worden gekoppeld. Na het vertreksein gaat het richting Woltersdorf, alwaar het aan- en afkoppelen gebeurt bij het overgeven van de bijwagen aan de tegentram bij de remise in Woltersdorf. Hierna wordt dan zonder bijwagen doorgereden naar het eindpunt Schleuse. En zo kan men deze lijn eigenlijk beschouwen als een het gehele jaar door rijdend trammuseum.

Inmiddels stond de bus bij het eindpunt Schleuse en na al dit moois bracht onze chauffeur een zeer tevreden gezelschap terug naar het hotel.

zaterdag 8 oktober

Deze dag was ons reisdoel Berlijn en om daar snel in de binnenstad te komen werd er dus gebruik gemaakt van het openbaar vervoer, waarvoor dagkaarten door de reisleiding waren geregeld. En zo liepen wij dus na het ontbijt vanaf het hotel naar de enkele minuten verder gelegen tramhalte voor een tramrit naar het station. De trein bracht ons naar Berlin Zoo, waarna iedereen zijn eigen gang kon gaan. Een sightseeing tour met de bus, winkelen op de ‘Kur’, de Gedächtniskirche, Reichstag, Brandenburger Tor, Potzdamer Platz stonden bij velen op het lijstje. Maar ook ritten met de tram, S-Bahn en U-Bahn werden niet overgeslagen. Het trammuseum Niederschönhausen had die dag zowaar zijn deuren geopend en ook dat werd bezocht door een aantal deelnemers.

En wederom was er weer veel te weinig tijd, maar toch lukte het iedereen weer tijdig aanwezig te zijn bij station Berlin Zoo voor de terugreis naar het hotel, waar die avond voor het laatst het diner werd genuttigd

zondag 9 oktober

Vandaag lieten wij het hotel met zijn vriendelijke staf achter ons om via een koffiestop bij Helmstedt te rijden naar de historische stad Hameln, bekend om de vele vakwerkhuizen en zijn sage van de rattenvanger. Helaas, deze was inmiddels op wintervakantie, terwijl het rattenvangerfigurenspel aan het Hochzeitshaus wegens onderhoudswerkzaamheden niet speelde. In ieder geval was er voldoende tijd voor de lunch, waarna wij op weg gingen naar onze laatste excursie van deze reis: Der Extertalbahn. Onder deze naam verzorgt een groep vrijwilligers de railverbinding tussen Rinteln Süd – Bösingfeld – Barntrup met stoomlocomotieven en elektrisch materieel. Hiermede tracht men de sfeer van de jaren vijftig op te roepen, toen er nog doorgaande sneltreinverbindingen over dit voor de DB ongewone traject reden. Door werkzaamheden aan de baan reden wij, getrokken door een locomotief van de BR 92, door de prachtige vallei van het riviertje Exter van Bösingfeld naar Barntrup. Via de geboorteplaats Detmold van wijlen Prins Bernhard zochten wij de Autobahn weer op voor de verdere terugreis naar Nederland.

Na de gebruikelijke dinerstop, gingen op de diverse uitstapplaatsen de deelnemers huiswaarts, tevreden en voldaan en terugkijkend op een zeer geslaagde reis met op alle dagen prachtig zonnig weer.

De reisleiding bestond uit Ad Venderbos en Ger Haaswinders, terwijl Hans Ahles onze chauffeur was.

boven